Wanneer principes van integriteit niet leidend zijn voor onderzoekers, bedreigt dat de kwaliteit en betrouwbaarheid van de wetenschap. Daarom heeft de NFU samen met partners een gedragscode voor wetenschappelijke integriteit opgesteld.

In 2004 verscheen de eerste versie van de Nederlandse Gedragscode voor Wetenschappelijke Integriteit. De NFU heeft in 2018 een herziening gemaakt, samen met de Vereniging van Universiteiten (VSNU), Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschap (KNAW), Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), Vereniging Hogescholen en Toegepast Onderzoek Organisaties (TO2). De gedragscode is een handreiking die onderzoekers en instellingen zelf kunnen toepassen om de wetenschappelijke integriteit van zichzelf en anderen te bewaken. Vijf principes worden erin uitgewerkt in 61 normen voor goede onderzoekspraktijken, binnen de kaders van internationale raamdocumenten:

Op verzoek van de minister van OCW, wordt de huidige Gedragscode, die sinds 2018 van kracht is geëvalueerd.

Het rapport wordt in het voorjaar van 2024 verwacht.

Open, veilig en inclusief

Onderzoekers moeten zich vrij voelen om de normen met elkaar door te nemen en elkaar aan te spreken op het naleven ervan. Want het is belangrijk dat zij kunnen werken in een open, veilige en inclusieve onderzoekscultuur. De code bevat duidelijke richtlijnen voor wat onderzoekers en instellingen moeten doen wanneer zij signaleren dat de wetenschappelijke integriteit wordt geschonden. Hij geeft instellingen de ruimte om tot een eigen gebalanceerd oordeel te komen over potentiële schendingen, maar benoemt duidelijk de wegingscriteria die daarbij een rol spelen. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan andere partijen die een goede en integere wetenschapsbeoefening kunnen faciliteren of juist belemmeren, zoals financiers van onderzoek (waaronder de overheid), uitgeverijen, de media en maatschappelijke partners.