Start gemaakt met nieuw Raamplan Artsopleiding

Wat zijn de belangrijkste competenties die de basisarts anno 2025 moet hebben? Het antwoord op deze vraag staat centraal bij de ontwikkeling van het nieuwe Raamplan Artsopleiding. Het raamplan geeft richting aan het medisch onderwijs. Het huidige raamplan dateert uit 2009.
26 september 2018

Basisarts van de toekomst
Bij de artsopleiding zijn veel organisaties direct en indirect betrokken. Daarom organiseerde de NFU in april van dit jaar de werkconferentie ‘Basisarts van de toekomst’ waar de wensen ten aanzien van de basisopleiding werden geïnventariseerd onder leiding van prof. dr. Roland Laan (Radboudumc Health Academy). Tijdens deze drukbezochte conferentie bleek dat voor een nieuwe versie van het Raamplan voortgebouwd kan worden op het bestaande Raamplan uit 2009, maar dat er belangrijke accentverschuivingen nodig zijn, bijvoorbeeld vanwege de verdergaande digitalisering, de veranderingen in de rollen van arts en patiënt en de kijk op gezondheid. De conferentie leidde tot een breed scala van inzichten, mede dankzij het feit dat veel verschillende organisaties en gremia vertegenwoordigd waren, waaronder de universitair medische centra, KNMG, College Geneeskundige Specialismen, Patiëntenfederatie Nederland, het Interfacultair Medisch Studentenoverleg, ministerie van VWS, cliëntenraden umc’s (platform CRAZ), Harteraad, Interfacultair Overleg Hoogleraren Sociale Geneeskunde, het Promovendi Netwerk Nederland, Verenso en VSOP.

Opdracht
Het NFU-bestuur heeft opdracht gegeven om tot een nieuw Raamplan te komen. Een breed samengestelde projectgroep onder leiding van prof.dr. Roland Laan zal hiermee vanaf 1 november a.s. aan de slag gaan. De projectgroep wordt momenteel geformeerd. De projectgroep wordt gevraagd voor 1 december 2019 het concept Raamplan gereed te hebben. Binnen de projectgroep functioneert een kerngroep die belast is met het voorbereiden van de rapportage, het voeren van overleg met externe partijen, organiseren van bijeenkomsten en het uitwerken van de conclusies van de projectgroep. De projectgroep als geheel is verantwoordelijk voor de uiteindelijke rapportage.

Brede samenstelling
De projectgroep bestaat voorts uit één lid per universitair medisch centrum. Bij de samenstelling van de projectgroep is zorggedragen voor spreiding over verschillende disciplines, namelijk huisartsgeneeskunde, sociale geneeskunde, ouderengeneeskunde/geriatrie, verplegingswetenschappen, medische basiswetenschappen en drie ziekenhuisspecialismen: beschouwend, snijdend en diagnostisch. De universitair medische centra dragen ook zorg voor vertegenwoordiging van de paramedische beroepsgroep in de projectgroep en voor een deskundige op het gebied van onderzoek van onderwijs. In de projectgroep worden verder een student-adviseur, een recent afgestudeerde basisarts en een jonge klare (startende medisch specialist) opgenomen. De KNMG, het ministerie van VWS, platform CRAZ, de Nederlandse Vereniging voor Medisch Onderwijs worden uitgenodigd een vertegenwoordiger in de projectgroep af te vaardigen. De projectgroep wordt gestimuleerd om over specifieke thema’s advies in te winnen bij externe deskundigen en andere partijen te betrekken.

NFU


Afdrukken
NFU Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra / Oudlaan 4, 3515 GA / Postbus 9696, 3506 GR Utrecht / T 030 273 98 80 / nfu@nfu.nl / Disclaimer © 2020