Grensverleggende geneeskunde voor topreferente patiënten

Bij sommige infectieziekten is de
veroorzaker van de ziekte moeilijk te herkennen doordat de aanwezigheid van het
micro-organisme in kwestie niet met behulp van kweken of andere klassieke technieken
is aan te tonen.
Sinds 1996 heeft de werkeenheid Moleculaire
Diagnostiek van Infecties van de afdeling Medische Microbiologie en
Infectiepreventie (MMI) van VUmc zich gespecialiseerd in het aantonen en
herkennen van dergelijke bacteriën op basis van de aanwezigheid van hun
erfelijke materiaal (DNA en RNA).
Als voorbeeld kan worden genoemd Tropheryma
whipplei, de verwekker van de ziekte van Whipple. De ziekte van Whipple wordt
gekenmerkt door gewichtsverlies, chronische diarree en buikpijn, symptomen die
bij de meeste patiënten pas op middelbare leeftijd opvallend worden. Vaak wordt
dit voorafgegaan door een lange periode met wisselende gewrichtspijn.
De ziekte uit zich soms als een aandoening
van het hart, de hersenen, de ogen, de longen of de bloedvaten. Een langdurige
behandeling (tot 1 jaar) met het antibioticum co-trimoxazol, al of niet
voorafgegaan door toediening van penicilline en streptomycine gedurende 2
weken, geeft vaak goede resultaten. Soms steekt de ziekte desondanks later weer
de kop op.
De veroorzaker van de ziekte van Whipple is
een bacterie die zich in bepaalde cellen van het afweersysteem nestelt. De
infectie is aan te tonen door middel van microscopisch onderzoek en door middel
van het specifiek aantonen van bacterieel DNA in aangedaan weefsel of bloed. De
bacterie is vrijwel niet te kweken. De moleculaire detectie van bacterieel DNA
is op dit moment de beste diagnostische techniek die er bestaat voor deze
bacterie.
Diagnostiek met behulp van DNA-analyse
voert de werkeenheid Moleculaire Diagnostiek van Infecties ook routinematig uit
voor infecties waarbij niet bekend is welke bacteriesoort de ziekte
veroorzaakt. De diagnostiek gebeurt hierbij door een bepaald gen voor het
zogeheten 16sRNA, nauwkeurig in kaart te brengen.
Aan de hand van de precieze bouw van dit
gen kan met behulp van een databank de veroorzaker van de ziekte worden
achterhaald. De behandelend arts krijgt vervolgens gemeld bij welke
ziektebeelden dit specifieke micro-organisme eerder is waargenomen en welke behandelingen
er mogelijk zijn.
Deze diagnostiek wordt zowel voor het eigen
ziekenhuis als voor andere laboratoria, niet alleen in de eigen regio maar ook
voor elders in het land, uitgevoerd.
prof. dr. P.H.M. Savelkoul
dr. A. Pettersson
dr. R. Roosendaal (allen MMI)
dr. M. van Agtmael (Inwendige Geneeskunde)
dr. A. van Bodegraven (Maag-, Darm- en
Leverziekten)
afd. Medische Microbiologie &
Infectiepreventie, VUmc
de BoeleLaan 1117
postbus 7057
1007 MB Amsterdam
klinmicrobiol@vumc.nl
