Umc’s verbeterd 2013

Medicatie: check!

'Mijn zorgverlener en ik weten welke medicatie ik gebruik. Bij opname, op de afdeling en als ik weer thuis ben. Ik kan er zeker van zijn dat tijdens opname op de juiste wijze mijn medicatie voor mij wordt verzorgd. Op tijd en aangepast op mijn behoeften.'

Het medicatieproces voor onze patiënten een positieve injectie geven. Dat kan en moet. Dit bleek onder andere uit eigen onderzoek van het UMC Utrecht naar de status van de medicatie gerelateerde VMS thema’s op haar afdelingen en de rapportage van de uitgevoerde audits in de opmars naar de JCI accreditatie. De apotheek definieerde op vier medicatieprocessen centraal medicatiebeleid, dat voor alle ca 100 verpleegafdelingen, OK’s, IC’s, poliklinieken en dagbehandelingen zou gelden en rolde dit projectmatig uit vanaf 1 maart 2012. De apotheek is leidend in definitie en naleving van het medicatiebeleid. Het VMS programma en het JCI accreditatietraject [1] dat het UMC Utrecht doorliep in 2012 en 2013 gaf draagvlak voor deze centrale implementatie. De vier processen zijn:

  1. Veilig voorschrijven
  2. Veilig pakken van medicatie
  3. Veilig klaarmaken
  4. Veilig toedienen

Eind 2013 werken alle afdelingen conform het nieuwe beleid. Uitzondering is de elektronische toedieningsregistratie. Het UMC Utrecht neemt eind 2013 een besluit over de wijze waarop dat wordt ingericht. Dit proces wordt daarom in dit artikel slechts kort beschreven. De uitrol van farmaceutische begeleiding bij polikliniekbezoeken en dagbehandelingen (medicatieverificatie) voor niet risico patiënten staat gepland voor 2014.

De apotheek maakt in dit project de omslag van leverancier van geneesmiddelen naar dienstenleverancier van elke afdeling. De deskundigheid wordt dicht bij de zorgverlener en bij de patiënt gebracht door beschikbaarheid van een apothekersassistente op elke afdeling wanneer dat nodig is en waarvoor dat nodig is. De farmacotherapeutisch apotheker komt verder beschikbaar voor consultatie voor de artsen en de teamleiders op de afdeling.

De apotheek rapporteert periodiek aan de divisies over haar service door middel van prestatie-indicatoren en een medicatiedashboard. Zij heeft per proces een keuze gemaakt uit de VMS prestatie-indicatoren, Zichtbare Zorg farmacie indicatoren en eigen kengetallen.

UMC Utrecht borgt de naleving van alle JCI-normen middels formele tracers. Dit zijn werkplekbezoeken uitgevoerd door opgeleide medewerkers. Aan de hand van een gestandaardiseerde vragenlijst worden kennis en handelingen bevraagd, getoetst en de bevindingen geregistreerd. De resultaten komen centraal beschikbaar via het JCI-dashboard. Decentraal en centraal worden de resultaten bekeken en zo nodig verbeteracties opgestart.

Onderstaand overzicht geeft inzicht in de implementatie aanpak:

Beleid ontwikkelen Informeren Opleiden Monitoren Tracen
  Beleid
What’s new?
Toolkit
Wat doet de apotheek?
Wat is anders?
Wat doe ik?
Hoe check ik?
Hoe registreer ik?
Waar vind ik opleidingen?
Checklists
Servicerapportage
Prestatie- indicatoren
Apotheek tracer
Check werkvloer
Collegiale check
Rapportage
Evaluatie

Drie processen nader bekeken

Medicatie: check! Veilig voorschrijven

Farmaceutische begeleiding bij opname en bij ontslag

Weten welke medicatie patiënten gebruiken die in het UMC Utrecht worden behandeld is essentieel. Daarvoor is een gesprek met de patiënt nodig en een medicatieoverzicht. Bij meer dan 50% van de patiënten die in het ziekenhuis worden opgenomen, treden immers overdracht- of overschrijffouten op [bron: VMS zorg.nl]. De hoogrisico momenten liggen met name bij opname en ontslag. Door zowel bij opname als ontslag goed in kaart te brengen wat het daadwerkelijke medicijngebruik is, wordt de zorg voor patiënten veiliger, is de uitgangssituatie met betrekking tot medicatiegebruik duidelijk alvorens behandelbeleid wordt gemaakt en kan het aantal medicatiefouten worden gereduceerd. Medicatieoverdracht is tevens een van de tien VMS thema’s en vereist voor JCI accreditatie. Op basis van de landelijke richtlijn Overdracht van Medicatiegegevens in de keten en het VMS protocol heeft de apotheek een UMC-breed protocol medicatieverificatie opgesteld, getoetst in pilots en rolt zij deze voor eind 2013 uit voor alle electieve en met spoed opgenomen patiënten. Er zijn 6 implementatie strategieën: de actieve patiënt, centraal op de POS en op het opnamebureau, centraal op de SEH, op de afdeling waar nodig, de polikliniek als voorportaal van de kliniek en ontslag per afdeling.

De actieve rol van de patiënt als partner is essentieel. De patiënt moet, indien mogelijk, actief zijn in zijn eigen behandeling. In 1e helft 2014 wordt daarom een UMC Utrecht brede patiënt campagne gestart: ‘Naar het UMC? Neem uw medicatieoverzicht mee!’.
In de uitrol is het centrale beleid voor thuismedicatie en ‘medicatie in eigen beheer’ meegenomen. Vanaf 1 september 2013 start de uitrol van medicatieverificatie bij ontslag.

Concrete verbetering: er is een actueel medicatieoverzicht beschikbaar bij elke geplande of spoedopname: voor elke patiënt een gestructureerde medicatie anamnese bij opname waarmee het medicatieoverzicht wordt geverifieerd en het juiste medicatieprofiel wordt klaargezet voor de arts (VMS Thema 4 medicatieverificatie).
Richtlijn / norm: Richtlijn Overdracht van medicatiegegevens in de keten (april 2008), VMS thema 4, JCI MMU4.
Situatie voor start project: er was geen eenduidige werkwijze voor het opvragen en checken van het medicatieprofiel voor opname.
Prestatie-indicator:

  • Zichtbare Zorg indicatorset 2011 voor de ziekenhuisfarmacie: Procesindicator 1.7 Medicatieverificatie: Het aantal electief opgenomen patiënten waarbij een GMA is afgenomen ten opzichte van het totaal aantal electief opgenomen patiënten.
  • Indicator praktijkgids VMS thema 4: idem, maar dan geldend voor alle patiënten die worden opgenomen. Het UMC Utrecht includeert in de uitrol zowel electieve als met spoed opgenomen patiënten, waarvan bij opname bekend is dat zij langer dan één dag blijven.
  • UMC Utrecht: Voor de JCI accreditatie stelde de raad van bestuur als doelstelling dat alle electieve en met spoed opgenomen patiënten per 1 juli 2013 een medicatieverificatie gesprek krijgen.
  • UMC Utrecht: aantal patiënten waarvoor een medicatieoverzicht aanwezig is voor het medicatieverificatie gesprek bij opname ten opzichte van het totaal aantal opgenomen patiënten. Dit medicatieoverzicht kan zijn meegenomen door de patiënt of gefaxt door de eigen apotheek.

Kwaliteitsregistratie

  • Voor elk medicatieverificatie gesprek wordt een meetformulier ingevuld, dat inzicht geeft in geconstateerde discrepanties tijdens het gesprek, benodigde tijd voor o.a. voorbereiding, het gesprek zelf en het klaarzetten van de medicatieopdrachten in EZIS.
  • MIP-registratie (meldingen incidenten patiëntveiligheid).

Concrete verbetering in cijfers

  • In de periode 1 januari 2013 – 30 juni 2013 hebben 7755 patiënten een medicatieverificatie gesprek gehad.
  • Vanaf 1 juli 2013 krijgt elk van de 33.000 electief of met spoed opgenomen patiënten die langer dan één dag verblijven farmaceutische begeleiding bij opname door middel van de service medicatieverificatie door een apothekersassistente. In totaal zijn dat er ca 24.000 per jaar.
  • Meetformulieren voor 4522 patiënten van zes divisies gesproken in de periode 1 juli 2012 – 31 mei 2013 wijzen het volgende uit:
    • Voor 45% van deze patiënten stuurt de eigen apotheek op verzoek via de fax het medicatieoverzicht op. 17% van de patiënten neemt zelf een medicatieoverzicht mee. Bij 35% van de patiënten is er geen schriftelijke informatie vooraf aanwezig.
    • Bij deze 4522 patiënten zijn 2037 klinisch relevante discrepanties aangetroffen.
      • Middel niet in gebruik, wel op medicatieoverzicht: 41% van de discrepantie (840)
      • Dosering ontbreekt of is incorrect: 20% discrepanties (405)
      • Middel niet op medicatieoverzicht, wel in gebruik: 19% van de discrepanties (387)
      • Frequentie innemen ontbreekt: 11% van de discrepanties (224)
      • Zelfzorgmiddel niet op medicatieoverzicht: 7% van de discrepanties (147)
      • Allergie ontbreekt / incorrect: 2% van de discrepanties (34)
  • 600 artsen zijn opgeleid en werken op basis van een bij opname geverifieerd medicatieprofiel van de patiënt en baseren daarop de medicatieafspraken die gelden na ontslag in de thuismedicatie.
  • Risicoreductie zichtbaar in MIP: in 2014 wordt gestart met het analyseren van de MIP’s en wordt gekeken welke risicoreductie er eventueel behaald is.
     

Hoe is de verbetering geborgd?

  • Kennis is ondergebracht in verplichte opleidingsdagen.
  • Het profiel en opleidingsportfolio van apothekersassistentes bevat de module medicatieverificatie, waaronder de training gesprekstechnieken.
  • Middels een formele tracersystematiek (praktijkbeoordeling) wordt elke afdeling periodiek bezocht en gemonitord. De MIP’s geven input van de (near) misses die gerapporteerd zijn.
  • De prestatie-indicatoren worden periodiek verzameld en in een service rapportage aangeboden aan elke divisie. Op basis hiervan worden continu verbeteracties ingezet.
  • De JCI-accreditatie wordt elke drie jaar opnieuw getoetst en verlengd. Er is continue centrale aandacht vanuit de afdeling Veiligheid en Kwaliteit.

Medicatie: check! Veilig pakken

Om een veilige opslag van geneesmiddelen op verpleegafdelingen te borgen, zijn algemene maatregelen genomen zoals het afsluiten van de medicijnruimtes, toegangscontrole voor geautoriseerd personeel door het aanbrengen van paslezers, het standaardiseren van de opslag in de kasten en het aanbrengen van temperatuurmonitoring met bewakingsalarm voor de opslagcondities.

Risico’s bij gebruik van medicatie

Naast de algemene maatregelen die genomen zijn voor verbetering van de opslag, is specifiek aandacht besteed aan hoog risico medicatie. Hoog risico medicatie is gedefinieerd als medicatie, waarbij een verhoogd risico aanwezig is voor patiënt en/of medewerker door aanwezigheid van een of meerdere van de volgende kenmerken:

  • Verwisseling
  • misbruik
  • blootstelling van een medewerker
  • kruisbesmetting
  • contaminatie
  • verminderde werking door onjuiste opslag
  • verkeerde dosering als gevolg van rekenfouten, met name bij sterk werkzame stoffen


Symbool voor hoog risico medicatie

Hoog risicomedicatie is herkenbaar gemaakt door een generiek kenmerk aan te brengen. Dit kenmerk bestaat uit een pictogram bestaande uit een rode capsule en pil die samen een uitroepteken vormen Daarnaast wordt de risicocategorie op het barcodekaartje vermeld dat bij de opslaglocatie aanwezig is.

Zes categorieën voor risico medicatie

Aan de hand van de ISMP-lijst voor 'High-risk' medicatie, de Centrale Medicatie-incidenten Registratie (CMR) database, de Medicatie-incidenten Patiëntenzorg (MIP) database van het ziekenhuis, en de wettelijke kaders (Opiumwet en Arbo-wet) zijn de geneesmiddelen met deze risico’s in beeld gebracht en in categorieën ingedeeld [3-6]. De volgende zes risicocategorieën zijn gedefinieerd:

  1. Sound- en look-alikes
  2. Geconcentreerde elektrolyten
  3. Parenteralia met een complexe bereiding
  4. Carcinogene, Mutagene en Reprotoxische geneesmiddelen
  5. Intrinsiek risicovolle geneesmiddelen
  6. Opiaten

Voor elk geselecteerd risicogeneesmiddel heeft de apotheek zeven medicatieveiligheid strategieën doorlopen en risico reducerende maatregelen gedefinieerd. Voor de IC’s en OK’s geldt een (deels) verbijzonderd beleid; de processen zijn op bepaalde punten te afwijkend ten opzichte van de verpleegafdelingen.

  1. Standaardiseren van het voorschrijfgedrag van artsen in het EVS
  2. Toevoegen van een barrière door extra aandacht voor de wijze van opslag
  3. Specifieke eisen ten aanzien van bereiding en toediening van de geneesmiddelen
  4. Gebruik van ondersteunende etiketten
  5. Verbeteren van toegang tot informatie over deze geneesmiddelen
  6. Uitvoeren van extra (geautomatiseerde) controles
  7. Inzet van specifieke veiligheidsmaatregelen

Concrete verbetering: Risicomedicatie is geïdentificeerd en met extra veiligheidsmaatregelen in de medicijnruimte opgeslagen en vindbaar. Risico’s in gebruik, blootstelling en verwisseling zijn geminimaliseerd. Elke verpleegkundige kent de risico’s en weet de medicatie te herkennen. De medicijnruimte is op slot en heeft de juiste temperatuur. Het assortiment voldoet aan de gebruikerswensen. Een virtuele tour door de medicijnruimte fungeert voor elke verpleegkundige als snel en toegankelijk naslagwerk bij vragen.
Richtlijn / norm: JCI MMU 3: Opslag en risicomedicatie en IPSG 3[2]: De instelling heeft een strategie ter verbetering van de veiligheid van risicomedicatie.
Situatie voor start project: Afdelingen waren zelf verantwoordelijk voor de inrichting van de medicijnruimtes, de medicijnkasten, het monitoren op het naleven van het medicatiebeleid en het rapporteren over de compliance. De apotheek trad op als leverancier van geneesmiddelen, klankbord en adviseur. Apothekersassistentes ondersteunden de afdelingen met ‘klassieke taken’ op gebied van medicatiebewaking, bereiden en beantwoorden van vragen op afstand.
Prestatie-indicator:

  • UMC Utrecht: Voor de JCI accreditatie stelde de raad van bestuur dat de ‘veilig pakken’ maatregelen op alle verpleegafdelingen, OK, IC, SEH, poliklinieken en dagbehandelingen aantoonbaar moesten zijn geïmplementeerd op 30 juni 2013. Dit werd getoetst door de JCI-audit van 8 juli – 13 juli 2013.

Kwaliteitsregistratie

  • De apotheek checkt wekelijks op basis van een gestandaardiseerde lijst de medicijnkast en medicijnkamer. Afwijkingen worden geregistreerd en gerapporteerd aan de leidinggevenden
  • Op basis van centrale JCI-tracers wordt kennisniveau en naleving procedures gemonitord.
  • MIP-registratie (meldingen incidenten patiëntveiligheid)

Concrete verbetering in cijfers

  • 11 divisies, 40 verpleegafdelingen, 60 poliklinieken, de OK’s, IC’s en 2 SEH’s hanteren hetzelfde risico reducerende medicatiebeleid rondom opslag, pakken, klaarmaken en toedienen van medicatie.
  • 291 medicijnkasten en 86 koelkasten zijn ingericht naar het geformuleerde risicomedicatie beleid en temperatuurbewakingsbeleid.
  • 1546 verpleegkundigen zijn aantoonbaar opgeleid in het herkennen van en juist omgaan met risicomedicatie.
  • 95% van de in juni 2013 uitgevoerde tracers veilig pakken waren positief.
  • Het medicatiebeleid is tijdens de JCI accreditatie audit van 8 juli – 15 juli 2013 geaccrediteerd.
  • Risicoreductie zichtbaar in MIP: in 2014 wordt gestart met het analyseren van de MIP’s en wordt gekeken welke risicoreductie er eventueel behaald is.
  • 15 apothekersassistentes zijn dagelijks zichtbaar op de afdelingen, de POS, de IC en de SEH. Zij fungeren als vraagbaak, controleren en borgen medicatiebeleid bij verpleegkundigen en voeren medicatiebewaking uit.

Hoe is de verbetering geborgd?

  • Kennis is ondergebracht in verplichte opleidingsdagen.
  • Het profiel en opleidingsportfolio van apothekersassistentes bevat de module Veilig pakken.
  • Virtuele naslagwerken zijn beschikbaar op de werkplek van de verpleegkundigen (virtuele tour).
  • Het logo van risicomedicatie wordt als herkenbaar item overal ingezet: op barcodekaartjes, als checkmiddel in de medicijnkamers, in communicatie uitingen.
  • Middels een formele tracersystematiek (praktijkbeoordeling) wordt elke afdeling periodiek bezocht en gemonitord. De MIP’s geven input van de (near) misses die gerapporteerd zijn.
  • Waardering wordt gebruikt als stimulans: is een check goed? Dan ontvangt de afdeling een zichtbare blijk van waardering in de koffiekamer.
  • Elk kwartaal worden alle resultaten en acties in een service rapportage aangeboden aan elke divisie.
  • De JCI-accreditatie wordt elke drie jaar opnieuw getoetst en verlengd. Er is continue centrale aandacht vanuit de afdeling Veiligheid en Kwaliteit.
  • Periodiek worden alle resultaten, prestatie-indicatoren en acties in een service rapportage aangeboden aan elke divisie.
  • De JCI-accreditatie wordt elke drie jaar opnieuw getoetst en verlengd. Er is continue centrale aandacht vanuit de afdeling Veiligheid en Kwaliteit.

Medicatie: check! Veilig klaarmaken van parenteralia op de afdeling door de verpleegkundige

Uit het EMGO/Nivel-onderzoek blijkt dat veel incidenten in de zorg gerelateerd zijn aan medicatie. Ondanks het feit dat een medicatie-incident niet altijd te vermijden is, geeft de uitkomst van onderzoek naar fouten met geneesmiddelen binnen de Nederlandse ziekenhuizen aan dat verbetering mogelijk is. Het spreekt voor zich dat het terugbrengen van het aantal fouten met geneesmiddelen hoge prioriteit verdient. Uit de Centrale Medicatiefouten Registratie (CMR), waar de foutmeldingen met geneesmiddelen van vrijwel alle Nederlandse ziekenhuizen worden aangemeld, blijkt dat de meeste medicatiefouten optreden bij parenterale geneesmiddelen. Dit zijn alle geneesmiddelen die worden geïnjecteerd. Deze geneesmiddelen brengen een hoog risico op schade met zich mee. Uit de analyse van de CMR blijkt verder dat van de 4358 meldingen de meeste medicatiefouten (46%) tijdens het toedienproces plaatsvinden. Het aantal geregistreerde fouten bij het voor toediening gereed maken van medicatie ligt aanzienlijk lager (6%) als gevolg van onderrapportage. In werkelijkheid zal het aantal fouten veel hoger liggen, zo blijkt uit diverse studies.

In 2013 werken verpleegkundigen conform het centraal gedefinieerde protocol “klaarmaken en toedienen intraveneuze medicatie door verpleegkundigen”. Alle medewerkers die parenterale medicatie klaar maken en/of moeten toedienen volgen bij indiensttreding verplicht een eendaagse bijscholing “intraveneuze medicatie toediening” en toetsen hun bekwaamheid daarna elke twee jaar middels een e-learning. De werkplek is gestandaardiseerd en middels collegiale toetsing, toetsing door de apotheek en centrale tracers wordt de bekwaamheid gemeten.

Concrete verbetering: Elke parenteralia werkplek is gestandaardiseerd en compleet. Elke verpleegkundige wordt sinds 1 januari 2013 aantoonbaar bekwaam gemaakt om parenteralia juist en veilig klaar te maken en toe te dienen. Een verplicht opleidingsprogramma en tweejaarlijkse toetsing zien hier op toe. Voor ondersteuning op de werkplek zelf zijn 5 video-instructies beschikbaar voor verpleegkundigen die de handelingen voor het klaarmaken van parenteralia stap voor stap weergeven. Vanaf 1 oktober 2013 is een turfapp beschikbaar voor apotheek en afdeling, waarmee op gestandaardiseerde wijze de handelingen van verpleegkundigen kunnen worden geregistreerd en de procesindicatoren kunnen worden geregistreerd.
De concrete verbetering in termen van minder fouten is nog niet zichtbaar gemaakt.
Richtlijn / norm: VMS thema 8, MMU 5 De medicatie wordt in een veilige en schone omgeving gereedgemaakt en verstrekt, door deskundige medewerkers.
Situatie voor start project: er was diversiteit in de werkplekken VTGM op de afdelingen en er was een door de apotheek georganiseerde training ‘klaarmaken en toedienen intraveneuze medicatie’ voor verpleegkundigen. Deze was vrijwillig te volgen.
Prestatie-indicator:

  • VMS thema 8 VTGM Procesindicator 1. Percentage correct uitgevoerde handelingen bij het klaarmaken van parenterale geneesmiddelen
  • UMC Utrecht: Aantal gediplomeerde verpleegkundigen (toets gehaald)
  • UMC Utrecht: Aantal werkplekken parenteralia dat bij de check-ups aan de normen voldeed

Kwaliteitsregistratie

  • De apotheek checkt wekelijks op basis van een gestandaardiseerde lijst de medicijnkast en medicijnkamer. Afwijkingen worden geregistreerd en gerapporteerd aan de leidinggevenden.
  • Op basis van centrale JCI-tracers wordt kennisniveau en naleving procedures gemonitord.
  • Registratie in het opleidingsportfolio van gevolgde opleidingen, toetsen en de resultaten van de toetsen.
  • De turfapp ´veilig klaarmaken parenteralia´ registreert op gestandaardiseerde wijze de handelingen van verpleegkundigen ten  behoeve van de procesindicatoren.
  • MIP-registratie (meldingen incidenten patiëntveiligheid).

Concrete verbetering in cijfers

  • 1546 verpleegkundigen volgen structureel het verplichte opleidingsproces voor het veilig klaarmaken en toedienen van parenteralia.
  • Risicoreductie zichtbaar in MIP: in 2014 wordt gestart met het analyseren van de MIP’s en wordt gekeken welke risicoreductie er eventueel behaald is.

Hoe is de verbetering geborgd?

  • Kennis is ondergebracht in verplichte opleidingsdagen.
  • Virtuele naslagwerken zijn beschikbaar op de werkplek van de verpleegkundigen (virtuele tour, video instructies, digitaal handboek parenteralia).
  • Door middel van een formele tracersystematiek (praktijkbeoordeling) wordt elke afdeling periodiek bezocht en gemonitord. De MIP’s geven input van de (nearly) misses die gerapporteerd zijn.
  • De resultaten van de turfapp, apotheekchecks, tracers en prestatie-indicatoren worden periodiek verzameld en geanalyseerd en zo nodig omgezet in verbeteracties.
  • Periodiek worden alle resultaten en acties in een service rapportage aangeboden aan elke divisie.
  • De JCI-accreditatie wordt elke drie jaar opnieuw getoetst en verlengd. Er is continue centrale aandacht vanuit de afdeling Veiligheid en Kwaliteit.

Medicatie: check! Veilig toedienen

Toewerken naar de closed loop

In het najaar van 2011 werd een vooronderzoek uitgevoerd naar het realiseren van een “closed loop” voor veilige farmaceutische patiëntenzorg door elektronische identificatie bij toediening van geneesmiddelen. In het rapport werd geadviseerd om een proces te realiseren waarbij:

  • Medicatie decentraal wordt opgeslagen in geavanceerde kastsystemen waarbij toegang tot medicatie gereguleerd is en de uitname van medicatie geregistreerd (wie/wanneer) wordt.
  • Medicatie vanuit de decentrale opslag op patiëntniveau wordt uitgezet in MedicijnCOWs (ComputerOnWheels) met afsluitbare laden per patiënt en een barcode scanner.
  • Bij het delen/toedienen van medicatie de patiënt elektronisch geïdentificeerd wordt (bv barcode) evenals het geneesmiddel (bv barcode) en dit gecontroleerd wordt met de actuele medicatieopdrachten in EZIS.

Er lopen pilots op alle drie de onderdelen. Eind 2013 worden definitieve keuzes gemaakt.

Publicaties?
Het project is gepubliceerd in het Pharmaceutisch Weekblad, 4 oktober 2013.

 

[1] In juli 2013 is het integraal kwaliteitssysteem van het UMCU geaccrediteerd door de Joint Commission International (JCI) [1]. JCI is een gerenommeerd Amerikaans keurmerk op het gebied van kwaliteit in de gezondheidszorg met de patiënt als referentiekader. JCI toetst aan een patiëntgericht normenkader waarbinnen kwaliteit en patiëntveiligheid centraal staan. JCI vormt als het ware een paraplu over alle activiteiten die te maken hebben met kwaliteit en veiligheid. Implementatie van de 10 thema’s uit het Veiligheids Management Systeem (VMS) is daarmee in een stroomversnelling gekomen.

[2] In de 4e editie van de JCI accreditatienormen is de IPSG 3 norm, die gaat over de omgang met risicomedicatie, aangepast. Waar voorheen voor de beoordeling van de IPGS 3 alleen gekeken werd naar geconcentreerde elektrolyten, wordt in de 4e editie van de accreditatienormen gekeken naar alle risicomedicatie zoals gedefinieerd in het beleid van de instelling. De norm eist dat in een breder kader gekeken wordt naar risico’s die (het voorschrijven, verstrekken en toepassen van) medicatie met zich meebrengt. Deze kijk op risicomedicatie is relatief nieuw en wordt beperkt toegepast in Nederland.

NFU Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra / Oudlaan 4, 3515 GA / Postbus 9696, 3506 GR Utrecht / T 030 273 98 80 / nfu@nfu.nl