Nationaal Programma Ouderenzorg

Resultaten en effecten E-Health innovaties in NPO

Van een aantal E-Health innovaties is reeds het een en ander te melden van de wetenschappelijke evaluatie. Van andere innovaties is de evaluatie nog niet afgerond. De stand van zaken wat betreft evaluatie en doorontwikkeling wordt onderstaand per project weergegeven:

Maastricht (ACZIO): Monitoring en feedback systeem voor fysieke kwetsbaarheid

Uit een pilot studie is naar voren gekomen dat ouderen met het monitoring systeem overweg kunnen en dat zij de dagelijkse feedback over hun eigen fysieke functioneren waarderen. Het gebruiksgemak van het systeem kan echter nog verder geoptimaliseerd worden door een aantal technische tekortkomingen te verbeteren.

Daarnaast hebben verschillende validatie studies aangetoond dat de balans metingen van de weegschaal goed overeenkomen met klinische balans testen en dat de smartphone een valide inschatting geeft van het aantal minuten dat een oudere persoon licht intensieve activiteiten verricht.

De acceptatie en toegevoegde waarde van het monitoring en feedback systeem voor ouderen en hun zorgverleners wordt momenteel onderzocht in een haalbaarheidsstudie met 6 maanden follow-up. Deze studie zal ook een eerste inzicht geven in de mogelijkheden om klinisch relevante verschillen in fysieke indicatoren van kwetsbaarheid op te sporen met het monitoring systeem.

ACZIO, Zuyd Hogeschool: Tele-technologische ondersteuning voor zorg en welzijn:

In de eerste pilot studie is het prototype van het platform uitgetest door een ouderenpanel. Uit de evaluatie bleek dat het platform er helder uitziet, in termen van grootte, kleur, contrast, weinig tekst, maar juist veel iconen. Tevens biedt het een duidelijke menustructuur, waardoor de gebruiker weet wat hij kan verwachten met betrekking tot de informatie achter elke dienst en bijbehorende submenu’s. Een paar technische tekortkomingen dienden opgelost te worden om de gebruiksvriendelijkheid van het platform te verbeteren. Eén daarvan was de kwaliteit van het beeldcontact. In de tweede pilot studie wordt de verbeterde versie van het platform onder 10 ouderen in een kwetsbare positie uitgetest. De resultaten worden momenteel geëvalueerd, waarna het platform geoptimaliseerd wordt voor de laatste pilot studie. Het gebruik, de gebruiksvriendelijkheid, en de meerwaarde van het platform worden in de laatste pilot, gedurende 6 maanden, gemeten onder 50 ouderen in een kwetsbare positie.

ACZIO, project [G]OUD Maastricht-Heuvelland

Belangrijke randvoorwaarden bij de uitvoering van deze vorm van gestructureerde ouderenzorg zijn: automatisering d.w.z. koppeling van het instrument aan het KIS (Keten Informatie Systeem) Sinds de start van het project zijn er in de regio Maastricht-Heuvelland 971 ouderen bezocht m.b.v. de [G]OUD basisvragenlijst. Dit betekent dat de situatie van deze ouderen in kaart gebracht is in MEdiX, Inhoudelijk is men tevreden over de resultaten die [G]OUD oplevert voor de praktijk en voor de ouderen: huisartsen zien een verbetering van de zorg aan hun oudere patiënten en ervaren een (subjectief) vermindering van hun werkdruk. De kwetsbare patiënten (en hun mantelzorgers) zijn goed in kaart gebracht op zowel lichamelijk, sociaal en psychisch vlak, en krijgen gepaste zorg. Nog onbekende problematiek wordt onderkend;

Dankzij de ingevoerde [G]OUD-consulten in Medix is het mogelijk de gezondheidsstatus van 75-plussers in de regio op fysiek, psychisch en sociaal vlak te onderzoeken en de frequenties van de verschillende problematieken in kaart te brengen. Op basis van deze gegevens kan beleid (en project) verder ontwikkeld en verfijnd worden. Op individueel niveau is het mogelijk de patiënt de monitoren.

Nijmegen: Zorg- en Welzijns InformatiePortaal (ZWIP)

In de regio Nijmegen gebruiken nu meer dan 600 ouderen ZWIP. De verspreiding is gelopen via huisartsen en wijkverpleegkundigen, waardoor ook de eraan gekoppelde triage module (EASYcare-TOS) en het Zorgplan ingeburgerd raken.

Uit de evaluatie van de scholing in en het gebruik van ZWIP bleek dat de samenwerking tussen de hulpverleners inderdaad toeneemt en verbetert en dat ZWIP na opstart het multidisciplinair overleg kan vervangen.

Binnen de groeiende groep kwetsbare ouderen bestaan grote verschillen in het gebruik en ervaren nut van de ICT applicatie ZWIP. Sommige ouderen hebben veel baat bij ZWIP, met name ouderen met meerdere chronische ziekten (Proefschrift Robben; zie ook www.ZWIP.nl ). Anderen, met name nog niet aan ICT gewend zijnde ouderen en ouderen zonder complexe multimorbiditeit, maken er weinig gebruik van. Daardoor is uitgekristalliseerd dat voor een goed en doelmatig gebruik van ZWIP een complexe zorgsituatie rond een bepaalde oudere een vereiste is.

Momenteel wordt de effectiviteit van ZWIP verder geëvalueerd. Uit deze evaluatie moet blijken, of ZWIP nog aangepast en verbeterd kan worden en wat nadere kenmerken zijn van de groep voor wie het vooral geschikt is.

Deze doorontwikkeling gaat hand in hand met de verspreiding, waarbij continu feedback wordt gevraagd van de (oudere) gebruikers.

Leiden: Zilverdraad

Dit systeem wordt momenteel getest door een aantal huisartsen en een gezondheidscentrum. Op basis van de ervaringen hiermee zal het verder worden aangepast en verfijnd. Vervolgens wordt het ingezet in een grote pilot-studie in Zoetermeer, door de Stichting Georganiseerde Eerstelijnszorg Zoetermeer. Deze pilot-studie zal geëvalueerd worden door de afdeling Public Health en eerstelijnsgeneeskunde van het LUMC. De pilot-studie zal informatie geven voor verdere ontwikkeling. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan verdere verspreiding.

Rotterdam: GENERO: Ketenzorg Ouderen Walcheren

Het informatiesysteem is tijdens de projectperiode in drie jaar gebouwd en is de toegankelijkheid steeds verder uitgebreid. Nadat eerst de specialist oudergeneeskunde en de geriater toegang hebben gekregen, is later de toegang gerealiseerd voor de fysiotherapeut, wijkverpleegkundige, diëtiste en apotheker. Afhankelijk van de eigen ICT-systemen werd en wordt er in meer of mindere mate gebruikgemaakt van de toegang tot het KIS.

De oudere heeft nog geen toegang. Op basis van de komende ontwikkeling van het ZWIP geïntegreerd in het KIS is besloten geen eigen patiëntenportaal te ontwikkelen. De planning is om het KIS uit te breiden met het ZWIP.

De koppeling met het WMO-loket van de drie gemeenten op Walcheren (Middelburg, Veere, Vlissingen) is onderwerp van gesprek. Mogelijk dat met inzet van het ZWIP hier ook een ICT-slag kan worden gemaakt.

Utrecht: Ouderenzorgproject Midden Utrecht ( Om U)

In Utrecht, de Bilt, Bilthoven en Maarsenbroek maken 38 huisartsenpraktijken gebruik van U-PRIM en zijn 13 aantal praktijken bezig met het uitvoeren van het totale Om U (U-PRIM+UCARE) programma.

Utrecht, Evaluatie U-PRIM:

In alle praktijken is de ICT-structuur geïmplementeerd. Praktijken gebruiken de rapportages op verschillende manieren, bijvoorbeeld als startpunt voor interventies van de praktijkverpleegkundige ouderenzorg, in het polyfarmacie-overleg met de apotheker, of om de patiënten met het grootste consultatie interval proactief te benaderen. Een groot pluspunt is dat de rapportage gebaseerd is op routinezorggegevens uit het HIS, en dat er dus geen extra informatie voor hoeft te worden verzameld. Daarnaast is de U-PRIM rapportage flexibel naar eigen inzicht te prioriteren.

Momenteel wordt de U-PRIM rapportage verder doorontwikkeld, waarbij onder andere de frailty index score aangepast wordt. Ook worden aanvullende functionaliteiten onderzocht, zoals verdere integratie in het HIS en het kunnen doorklikken naar detailinformatie. Hierbij wordt feedback gevraagd van de gebruikers in de huisartsenpraktijk.

Evaluatie U-CARE:

Huisartsen en praktijkverpleegkundigen hebben positieve ervaringen met de uitvoering van het U-CARE programma. Patiënten zijn beter in beeld, door de geïntegreerde zorg worden acute ontsporingen voorkomen, en U-CARE biedt voor alle veel voorkomende geriatrische problemen structurele zorgpaden. Het uitvoeren van het programma kost huisartsen minder tijd dan zij verwacht hadden. Praktijkverpleegkundigen ouderenzorg vonden de nieuwe manier van proactief werken in het begin lastig, maar na enige tijd was men aan de nieuwe werkwijze gewend. Ervaren ‘Om U’ verpleegkundigen trainen andere praktijkverpleegkundigen in de regio om volgens de Om U methodiek te werken.

Evaluatie Om U:

Gestructureerde, proactieve huisartsenzorg, bestaand uit identificatie van kwetsbare ouderen gevolgd door een gestructureerd zorgprogramma door de praktijkverpleegkundige ouderenzorg, leidt tot beter behoud van dagelijks functioneren. De werkwijze is efficiënt in te passen in de dagelijkse praktijk, en wordt positief ontvangen door huisartsen, praktijkverpleegkundigen, patiënten en hun familie.

Een uitgebreid overzicht van de resultaten van het Om U project zal gepubliceerd worden in een wetenschappelijk artikel.

Groningen: De Verzoamelstee

Het behoefteonderzoek liet zien dat het eerste waar mensen tegenaan lopen in de dorpen als het gaat om thuis te kunnen blijven wonen zijn het onderhoud van het woonhuis en de tuin.. Dit is vaak veel belangrijker dan het contact met de huisarts, de thuiszorg of het gemeentelijk Wmo loket . Voor het project waren dit verrassende resultaten. Oorspronkelijk wilde het project namelijk enkele voorbedachte ICT functies introduceren, waaronder beeldbellen met de huisarts en toegang tot het Wmo loket.. Inmiddels is er een succesvolle aanpak ontwikkeld om moeilijk bereikbare doelgroepen bij ICT-implementatie project te betrekken. Ontwikkeling Trackbook en Noaberschap. En wisselen dorpen hun ervaringen met elkaar.

De ervaring laat zien dat goed nagedacht moet worden wie er eigenlijk in het project moet participeren, wie is de doelgroep? Wat zijn de werkelijke behoeften. Kan ICT daarin en rol spelen of is er iets anders voor nodig. En als ICT inderdaad een rol kan spelen wat is er dan nodig om ICT adoptie te bevorderen en het project te laten slagen?

Een literatuurstudie afgerond en gepubliceerd mbt de slaag & faalfactoren bij e-health op het platteland.zie daarvoor: http://www.biomedcentral.com/1472-6963/13/19.

SamenOud Elektronisch Ouderen Dossier

Gedurende het afgelopen interventiejaar is het EOD intensief gebruikt door de vijftien Ouderenzorg Teams om de zorg en begeleiding aan ruim 700 ouderen vorm mede te geven. Komend interventiejaar zullen ook de ouderen uit de controlegroep zorg en begeleiding volgens SamenOud aangeboden krijgen. In het 2e kwartaal van dit jaar is het de verwachting dat meer dan 1400 dossiers in het EOD staan.

Het EOD is een applicatie die als zeer functioneel, overzichtelijk en gebruiksvriendelijk wordt ervaren door alle betrokken professionals. De web-applicatie wordt via verschillende technologieën gebruikt, zoals Tablet, Chromebook, Laptop, Smartphone en PC. De oudere zelf heeft nog geen toegang en de integratie met het HIS staat hoog op het verlanglijstje. Het EOD blijft zich ontwikkelen en input vanuit de professionals is daarbij een grote drijfveer. Het verder integreren van decision support is een van de vervolg stappen, samen met het verder uitbreiden van de panelview cq filter mogelijkheden op bijvoorbeeld valrisico, onder en overgewicht etc om zo het populatiemanagement nog beter kunnen ondersteunen.

Amsterdam: VUmc

Praktijkondersteuners van 34 huisartsenpraktijken in Amsterdam-Zuid en Westfriesland hebben tussen mei 2010 en december 2012 met RAI-CHA gewerkt. Op basis van de ervaringen hiermee kan RAI-CHA verder worden aangepast en verfijnd. In de regio Westfriesland wordt het werken met RAI verder verspreid onder alle huisartsen. Ze huisartsenorganisatie heeft besloten om RAI te blijven gebruiken als comprehensive geriatric assessment voor vroegsignalering van zorgproblemen bij ouderen. POHs van het transitieproject ‘De kwetsbare ouderen centraal in samenhangende zorg’ werkten met RAI-CHA. In het transitieproject ‘De kwetsbare ouderen centraal in samenhangende zorg’ wordt onderzocht wat het effect is van het chronisch zorgmodel op de kwaliteit van leven en de door ouderen ervaren kwaliteit van de zorg (de cliëntgerichtheid, de afstemming van de zorg, en het aantal vervulde en onvervulde zorgbehoeften). Ook het effect op het (I)ADL functioneren wordt onderzocht. Daarnaast evalueren de onderzoekers de doelmatigheid (kosten en effecten) en de implementatie van de nieuwe aanpak (waaronder het gebruik van RAI-CHA). Tevens wordt onderzocht in hoeverre de POH zorgproblemen via het comprehensive geriatric assessment (RAI-CHA) signaleert die eerder nog niet bekend waren bij de huisarts (tijdens het 1e huisbezoek en tijdens de daaropvolgende halfjaarlijkse follow-up bezoeken). Resultaten van het onderzoek worden in het najaar van 2013 verwacht.

NFU Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra / Oudlaan 4, 3515 GA / Postbus 9696, 3506 GR Utrecht / T 030 273 98 80 / nfu@nfu.nl