Regeneratieve geneeskunde

Stamcelsteun voor hangmat van de vrouw

Stamcelsteun voor hangmat van de vrouw

Dr. Manon Kerkhof is urogynaecoloog bij het Radboudumc in Nijmegen. Ze is gespecialiseerd in bekkenbodemgerelateerde problemen. In 2014 promoveerde ze bij het VUmc op bindweefselveranderingen bij vrouwen met een verzakking. Dat onderzoek zet ze nu voort bij het Radboudumc. Daarnaast geeft ze onderwijs binnen het ziekenhuis en heeft ze het bedrijf Curilion opgezet, een expertisecentrum dat vrouwen rondom de zwangerschap en overgang helpt fit en klachtenvrij te blijven zodat ze goed op hun werk kunnen functioneren.

Verzakking  van de baarmoeder, darm of blaas: vijftig procent van de vrouwen boven de vijftig heeft er mee te maken.  Deze vrouwen lopen er niet mee te koop - ze schamen zich vaak en gaan niet snel naar de dokter – maar hebben er vrijwel dagelijks last van. ‘Ze kunnen niet goed plassen, ze zitten op een bolletje, fietsen is een probleem, vrijen is een probleem en vaak ook werken.’, aldus Kerkhof. ‘Er is in feite een stille epidemie gaande. Want het probleem neemt toe. Vrouwen worden ouder en werken langer door.’

Een epidemie die veel geld kost –  nu al zo’n 100 miljoen per jaar – en waarvoor eigenlijk niet echt een goede oplossing is. Training van de bekkenbodemspieren of inbrenging van een ring helpt slechts een deel van de vrouwen. Tien procent krijgt een operatie, maar bij een derde van deze patiënten keert de verzakking na verloop van tijd weer terug.

Vergeten baby
Afgelopen jaren werden kunstmatige bekkenbodemmatjes ook als een oplossing gezien. Als matjes werken voor liesbreuken bij mannen, waarom dan niet tegen verzakking bij vrouwen? Dachten de meeste gynaecologen. ‘We weten allemaal hoe dit is afgelopen’, zegt Kerkhof. ‘Heel veel negatieve aandacht in de media, met name Tros-Radar. Daardoor is het zo langzamerhand een vergeten baby geworden en durven vrouwen niet meer naar de gynaecoloog voor een oplossing van hun verzakking, uit angst voor een matje. Deels onterecht, meent ze. ‘Voor 95 procent van de vrouwen was het een oplossing, bij vijf procent geeft het complicaties, soms ernstige. Een matje kan vooral bij terugkerende verzakkingen een uitkomst bieden.’ Maar de kritiek was deels ook terecht. ‘De wet- en regelgeving voor deze matjes was niet in orde, want er werd te weinig wetenschappelijk onderzoek naar de bijwerkingen van een matje verlangd. Een wijze les. Zo moeten we het niet meer doen’, aldus Kerkhof.

Aanknopingspunten
Hoe nu verder? De urogynaecoloog zoekt de oplossing in de regeneratieve geneeskunde. Ze wil het broze vaginabindweefsel, dat de blaas en de darm ondersteunt, herstellen met stamcellen. ‘Hallelujah!’ zegt ze erbij omdat de verwachtingen van stamcellen van de buitenwacht soms torenhoog zijn. ‘Ik ben nog helemaal aan het begin. Maar we hebben wel al een aantal aanknopingspunten.’ Zo weet ze – door haar promotieonderzoek aan het VUmc en huidige onderzoekswerk aan het Radboudumc – dat het broze en breekbare bindweefsel in de meeste gevallen een gevolg is van de verzakking en niet de oorzaak. Ze deed hiervoor een interessant experiment. Ze vergeleek het vaginabindweefsel van gezonde vrouwen met het vaginabindweefsel van vrouwen met een verzakking. Maar binnen die laatste groep maakt ze ook weer een vergelijking. Ze vergeleek onaangetast en aangetast vaginabindweefsel, de vrouw was dus een controle van zichzelf.

‘Tissue-engineered vaginaweefsel’
Daaruit bleek dat het bindweefsel van gezonde vrouwen, lijkt op het onaangetast bindweefsel van zieke vrouwen. De verzakking ontstaat dus niet omdat het weefsel broos en breekbaar wordt, maar is een verworven eigenschap. Vaak als gevolg van mechanische druk zoals een zwangerschap en bevalling (het merendeel), obstipatie, chronisch hoesten of diabetes. Kerkhof: ‘Dat betekent ook dat we patiënt-eigen stamcellen kunnen gebruiken. Prettig want dan worden ze niet afgestoten.’

Maar je kunt niet volstaan met het louter inspuiten van losse gezonde stamcellen, aldus Kerkhof. Het bekkenbodemweefsel is als een hangmat. Als een vrouw springt, perst of hoest wordt het weefsel belast. Er is een extra stevige matrix nodig voor de regeneratie van het broze bekkenbodemweefsel. ‘Dat willen we met tissue-engineering doen. Daarvoor hebben we een drager nodig, groeifactoren en cellen die we als het ware daarop uitzaaien’, aldus Kerkhof. Dat ‘tissue-engineered vaginaweefsel’ komt wel in ziek bindweefsel terecht dus moet duidelijk zijn hoe dat zich gaat verdragen. Kerkhof ontwikkelde daarom eerst een ziektespecifiek model door uit ziek vaginaweefsel alle levende cellen te wassen. Kerkhof: ‘Dit kun je vervolgens gebruiken als testmateriaal in het laboratorium. Welke effecten hebben verschillende groeifactoren op de matrix, hoe gedragen gezonde bindweefselcellen zich in deze zieke matrix?’

Lange adem
Het antwoord op de laatste vraag heeft ze inmiddels. Gezonde bindweefselcellen van de patiënt veranderden in een ander type bindweefselcel in het zieke vaginaweefsel. Ze maakten voornamelijk littekenweefsel aan. Kerkhof: ‘Dan zie je dat de oplossing niet zo makkelijk is. Je kunt niet zomaar gezonde cellen in ziek weefsel plaatsen. Maar met het ziekte specifieke model kunnen we wel vele essentiële vragen beantwoorden over tissue engineering voor de bekkenbodem. Dit voorkomt onnodig proefdieronderzoek.’

Zo worden in een bioreactor de mechanische krachten getest. Daarna wil Kerkhof een 3D-model ontwikkelen en onderzoeken in welke proefdieren de definitieve versies getest kunnen worden. ‘Viervoeters als schapen en geiten zijn niet ideaal. En onderzoek in apen is in Nederland verboden. U ziet: dit soort onderzoek vergt een lange adem, maar de eerste belangrijke stappen zijn gezet’, aldus Kerkhof.

NFU Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra / Oudlaan 4, 3515 GA / Postbus 9696, 3506 GR Utrecht / T 030 273 98 80 / nfu@nfu.nl