Regeneratieve geneeskunde

Regeneratief onderzoek onder één dak in het RMCU

Regeneratief onderzoek onder één dak in het RMCU

Marianne Verhaar, hoogleraar Experimentele Nefrologie bij het UMC Utrecht en voorzitter van het Speerpunt Regeneratieve Geneeskunde en Stamcellen in Utrecht, is intensief betrokken geweest bij de opzet van het RMCU: Regenerative Medical Centre Utrecht. Het centrum ging vorig jaar van start.

‘Mensen in één gebouw neerzetten, werkt echt. Daardoor gaat het borrelen en bruisen’, aldus Verhaar. In Utrecht vindt veel onderzoek in de regeneratieve geneeskunde plaats en de laatste jaren is gezocht naar meer en intensievere samenwerking. In 2010 werd regeneratieve geneeskunde één van de zes speerpunten binnen het UMC Utrecht. En in 2015 is besloten met een groot deel van de onderzoekers in één gebouw te gaan zitten en officieel een centrum op te richten: Regenerative Medicine Centre Utrecht. Het RMCU  is gevestigd in het gebouw van het Hubrecht Instituut  en biedt onderdak aan meer dan honderd medewerkers, goed voor 119 fte’s. ‘We zijn nu een jaar bezig en het gaat goed’, aldus Verhaar. ‘We delen kennis, faciliteiten, infrastructuur, ook die van het Hubrecht Instituut.’

Strategische alliantie
Centrale thema’s van het RMCU  zijn stamcellen, 3D-printen en organoïden, mini-organen gemaakt uit stamcellen. Daarmee richt het zich op drie terreinen in de geneeskunde: de stamceltherapie, reparatie van hart- , vaat- en nierziekten en reparatie van  het spier- en skeletstelsel. Het RMCU werkt nauw samen met het Hubrecht Instituut, de faculteit Diergeneeskunde en de Bètafaculteit van de Universiteit Utrecht. Ook is het  een strategische alliantie aangegaan met de technische universiteiten in Eindhoven en Twente en neemt het deel in het RegMed XB, een project waarin Nederlandse en Belgische universiteiten en academische ziekenhuizen samenwerken. Begin dit jaar ging RegMed XB van start met 18 miljoen euro. Het beoogde budget van dit project is 250 miljoen euro voor de komende 10 jaar. 

Organoïden
Verhaar laat drie aansprekende voorbeelden zien. Allereerst de organoïden, de mini-organen gemaakt uit stamcellen. Ze hebben de structuur, functionele en uiterlijke eigenschappen van een echt orgaan. Hierdoor kunnen  ze, hopen de onderzoekers,  inzicht  geven in ziektes en zijn ze misschien te gebruiken voor therapie. Verhaar: ‘Je kunt de darmcellen van een patiënt nemen, daar organoïden van maken en dan – nu nog theorie – darmcellen repareren. In een zieke muis wisten de darmorganoïden precies de plek te vinden waar de kapotte darmcellen zaten en bedekten ze. We onderzoeken nu verder hoe dit precies werkt.’ 

Een hart of nier printen
Het RMCU  werkt ook aan 3D-printing. ‘We zouden graag ooit een hart of een nier willen printen. Maar we zijn nu bezig met het printen van stukjes bot. Voorlopig nog meer een droom dan werkelijkheid.’  Hartkleppen en bloedvaten probeert het, in samenwerking met de TU Eindhoven, ook te maken. En wel door een matrix  in het hart of in het bloedvat  te plaatsen die reparerende cellen uit het bloed aantrekt.  Terwijl het ingebrachte materiaal langzaam oplost, bouwen de reparerende cellen nieuw weefsel op totdat  een nieuwe hartklep of stukje bloedvat is gevormd. ‘Het is wel ongelofelijk ingewikkeld. Hoe zorg je dat het goede weefsel wordt gevormd? Hoe zorg je ervoor dat die weefselvorming niet te snel gaat? We staan nog voor grote uitdagingen.’ 

En dan wordt er gewerkt aan de kunstnier. De realisatie ervan is al behoorlijk dichtbij. Hij wordt nu getest op geiten. ‘Binnen vijf jaar hopen we de eerste studie in mensen te kunnen uitvoeren.’

NFU Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra / Oudlaan 4, 3515 GA / Postbus 9696, 3506 GR Utrecht / T 030 273 98 80 / nfu@nfu.nl