Psychiatrie sterk verweven met somatische geneeskunde

“Schizofrenie is meer dan dopamine”

“Schizofrenie is meer dan dopamine”

Professor Iris Sommer is hoogleraar psychiatrie aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht, met als speciaal aandachtsgebied schizofrenie. Sommer geeft binnen het UMCU ook leiding aan de ‘stemmenpoli’ die zij in 2006 oprichtte. “Een van de grote doelen binnen mijn onderzoek is de diagnose ‘schizofrenie’ stellen vóór de eerste psychose optreedt.”

De letterlijke vertaling van het Latijnse woord schizofrenie, ‘gespleten persoonlijkheid’ geeft volgens hoogleraar Sommer aan dat die naam ooit niet erg treffend is gekozen. “De ziekte wordt gekenmerkt door terugkerende psychoses, met hallucinaties, wanen en warrig spreken. Daarnaast is er vaak een cognitief en sociaal disfunctioneren dat nog veel ernstiger is dan de psychoses”, aldus Sommer. “De psychoses beginnen klassiek tussen het achttiende en tweeëntwintigste levensjaar, maar de cognitieve en sociale symptomen kunnen daarvóór al zichtbaar zijn. Daarnaast hebben patiënten vaak negatieve symptomen zoals een gebrekkige ‘drive’ en ook een gebrekkig ziekte-inzicht en zeker bij de mannelijke patiënten een verhoogd risico op verslaving.”

Schizofrenie komt relatief vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Voor een deel komt dat door het frequentere druggebruik, met name cannabis, door jongens. Dat kan als een trigger werken. Verder lijken oestrogenen bij vrouwen een beschermend effect te hebben. Dat is ook de reden waarom vrouwen na de menopauze alsnog wel eens schizofrenie ontwikkelen.

Dopamine

Dopamine is een zogenoemde neurotransmitter (en in sommige situaties ook een hormoon). De stof zorgt in de hersenen voor de overdracht van signalen die te maken hebben met genot, blijdschap en motivatie. Waar bij de ziekte van Parkinson een tekort is aan dopamine, is bij schizofrenie tijdens psychoses juist sprake van een verhoogde aanmaak van deze stof. Medicijnen die de werking van dopamine blokkeren, de zogenoemde antipsychotica zijn op zichzelf vrij effectief in het bestrijden van psychoses. “Het probleem is dat er veel verschillende antipsychotica zijn en het is niet goed bekend welk middel in welke situatie het beste werkt”, vertelt Sommer. “In de ‘OPTiMiSE’ studie proberen we in internationaal verband een optimale behandeling te kiezen uit drie verschillende  middelen bij in totaal 500 mensen die een eerste psychose meemaken.”

Hallucinaties

Veel mensen met schizofrenie hebben last van ‘auditieve hallucinaties’: ze horen stemmen. Biologisch gesproken komt dat omdat bepaalde gebieden in de hersenschors, vlak onder de schedel niet actief worden geremd. Een kwart van de patiënten die stemmen hoort reageert niet goed op antipsychotica. Bij hen wordt nu in klinische studies geprobeerd om met behulp van een magnetisch veld door de schedel heen ‘op de rem te trappen’. Waar Utrechtse onderzoekers geen meerwaarde vonden van zo’n magneetbehandeling boven een placebobehandeling, blijkt uit een meta-analyse van alle beschikbare studies dat er per saldo nog wel degelijk een redelijk effect is van deze magneetbehandeling.


Mogelijk kan Transcraniële Magnetische Stimulatie soelaas bieden aan patiënten die stemmen horen, en die niet op antipsychotica reageren.

“De diagnose ‘schizofrenie’ wordt vaak te laat gesteld om nog iets te kunnen doen.”

Cognitief en sociaal disfunctioneren

Het cognitief en sociaal disfunctioneren van mensen met schizofrenie is niet alleen heel invaliderend, het is vaak ook een van de eerste signalen dat er ‘iets mis is’. Op de kinderleeftijd presteerden patiënten vaak al slechter op school. Er zijn meerdere biologische oorzaken voor het cognitief en sociaal disfunctioneren. Zo is er onder andere een te zwakke functie van de NMDA-receptor. Dat is de receptor die signalen opvangt van de stof glutamaat. Deze receptor bepaalt onder andere hoe ‘trainbaar’ de hersenen  zijn. De hersenen van de patiënten met schizofrenie hebben daarom grote moeite met het aanleren van nieuwe vaardigheden.

Voor de behandeling van dit probleem heeft Sommer een ontnuchterende constatering. “Helaas wordt de diagnose schizofrenie meestal te laat gesteld om nog iets te kunnen doen aan gebrekkige plasticiteit van de hersenen. Daar zal pas verandering in komen als we de diagnose kunnen stellen ver vóór het moment dat er daadwerkelijk psychoses optreden.”

Negatieve symptomen

Patiënten met schizofrenie hebben meestal geen energie, geen drive, geen motivatie om ook maar iets te ondernemen. Ze verliezen daardoor hun sociale netwerk en ook hun eventuele werk. “Een van de kenmerken van de hersenen van deze mensen is een verhoogde staat van ontsteking”, stelt Sommer. “De ontstekingsremmers die in dat proces worden geproduceerd zijn op de lange termijn schadelijk voor de hersenen. Het positieve aan dit verhaal is dat ontstekingen relatief eenvoudig te remmen zijn. Begin 2014 zijn we in Utrecht daarom gestart met een studie rond simvastatine, een stof die behalve cholesterol ook ontstekingen remt en ook de bloed-hersen barrière met gemak kan nemen.”

Ook proeven met n-acetylcysteïne en aspirine bieden zicht op ontstekingsremming als manier om de negatieve symptomen van mensen met schizofrenie te bestrijden, zegt Sommer. “Uiteindelijk zullen we moeten toewerken naar een sterk geïndividualiseerde aanpak van schizofrenie. Remmen van dopamine zal daar nog zeker een centrale plaats in hebben maar bepaald niet de enige.”

Gedragsinterventies

Behalve al deze sterk biologisch getinte strategieën bestaan er ook voor schizofrenie gedragsinterventies, beaamt Sommer desgevraagd. “Toch is het effect van gedragsinterventies op bijvoorbeeld psychoses marginaal vergeleken bij het effect van medicijnen; voor zover die ook echt worden genomen door patiënten met een slecht ziekte-inzicht.”

NFU Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra / Oudlaan 4, 3515 GA / Postbus 9696, 3506 GR Utrecht / T 030 273 98 80 / nfu@nfu.nl