Psychiatrie sterk verweven met somatische geneeskunde

“Niet beleren maar voordoen”

“Niet beleren maar voordoen”

Professor Rutger Engels is hoogleraar ontwikkelingspsychopathologie. Binnen de faculteit Sociale Wetenschappen van de Radboud Universiteit werkt hij nauw samen met de medische onderzoekers van het UMC St. Radboud. Tevens is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van het Trimbos Instituut. “Op die manier hoop ik een optimale brug te kunnen slaan tussen het fundamentele onderzoek en de toepassing”, aldus Engels.

Voorlichting alleen helpt niet

Een overzicht van de deugdelijke wetenschappelijke literatuur op het gebied van verslaving laat zien dat puur en alleen voorlichting geen effect heeft op het gedrag van jongeren. “Voorlichting verhoogt wel de kennis, maar jongeren aanspreken op de ratio is, zeker in de puberteit, niet de handigste ingang”, aldus Engels.

Preventie richten op de omgeving

Beter dan sec voorlichting van de jongeren in kwestie, is een aanpak via de omgeving, zoals de ouders of de school. Wanneer ouders stoppen met roken of hun eigen alcoholgebruik minderen heeft dat ook een meetbaar effect op het gedrag van jongeren. “De vroeger populaire opvatting dat je kinderen beter in het gezin kunt ‘leren drinken’ is ronduit contra-productief”, stelt Engels. “Het enige dat je doet is dat je de jongere inderdaad leert drinken. Onderzoek laat zien dat deze kinderen uiteindelijk zowel buiten- als binnenshuis meer alcohol consumeren.”

Haal geen verslaafde in de klas

“Er zijn ook nog steeds scholen en gemeenten die tijdens de voorlichting over verslaving ex-verslaafden in de klas halen. Ook dat is een bewezen slechte aanpak”, aldus Engels. “Het brengt kwetsbare jongeren hooguit op een idee.” Wat volgens Engels wel werkt is een integrale aanpak met zes belangrijke stappen.

  1. Door de jeugd in de verschillende fases van hun leven uitzicht te bieden op positieve ontwikkelingen voorkom je dat negatieve ervaringen de groei en ontwikkeling belemmeren en hen richting middelengebruik sturen. Op tijd jongeren met beginnende problemen signaleren en vervolgens helpen kan voorkomen dat jongeren een verslavingscarrière starten.
  2. Ook al heeft voorlichting niet direct effect op het gedrag, je moet de samenleving – en ook de jongeren en hun ouders – wel voorlichten over de consequenties en gevaren van middelengebruik. Een efficiënt en structureel plan, waarbij ook massamedia worden ingezet, kan helpen om problemen vroeg te signaleren en daar selectief op te interveniëren. Voorlichting zal zich met name moeten richten op het weerbaar maken van jongeren, bijvoorbeeld tegen de druk van leeftijdsgenoten of media.
  3. Via stapsgewijze preventie worden scholen in brede zin voorgelicht en worden groepen met een hoger risico, zoals kinderen met ADHD, of kinderen met verslaafde ouders, selectief bediend met programma’s op maat.
  4. De omgeving is de sleutel. Dat begint bij het beïnvloeden van ouders van scholieren en loopt via barpersoneel in het uitgaansleven tot verpleegkundigen op de Eerste Hulp.
  5. Preventie van middelengebruik vraagt een brede kijk. Aandacht voor problemen in de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen is vaak een ingang naar dreigend problematisch middelengebruik. Engels: “Het is tekenend dat we op school wel leren wat de namen zijn van alle Europese hoofdsteden, maar pubers niet leren hoe ze moeten omgaan met hun emoties.”
  6. Een goede preventie van verslaving vraagt ook samenwerking tussen veel verschillende instanties, waaronder verschillende overheden, de zorg, het onderwijs en het onderzoek.
“Hoe kan het dat we op school wel leren wat de namen zijn van alle Europese hoofdsteden, maar niet leren hoe we moeten omgaan met emoties?”

In Nijmegen: de zorg

In de zorg binnen het adherentiegebied van het UMC St. Radboud zijn onder andere up-to-date protocollen beschikbaar zijn voor screening op problematisch middelengebruik en voor een adequate aanpak voor detoxificatie wanneer jongeren in de zorg komen.

Het onderzoek

Binnen het onderzoek is met name aandacht voor beeldvormende techniek rond verslavingsproblematiek, voor comorbiditeit bij verslaving en voor goed (gerandomiseerd en gecontroleerd) onderzoek naar behandelingen.

Het onderwijs

Het onderwijs in de regio Nijmegen biedt een –unieke – masterstudie op het gebied van verslaving en tevens en landelijke opleiding tot verslavingspsychiater.

Verslaafde gaat te laat naar de zorg

Een groot probleem met de verslavingszorg is dat jongeren nu, waarschijnlijk door de stigmatisering, te laat hulp zoeken. De zorg sluit ook niet voldoende aan bij de belevingswereld van jongeren. Jongeren zitten vaak niet te wachten op langdurige sessies met  individuele gesprekken. Een aanpak via e-Health heeft meer kans van slagen.

Net als in de film

De Wereld Gezondheidsorganisatie stelt dat de minimum leeftijd, de prijs van middelen, de marketing en de controle op wetten en regels belangrijke factoren zijn in het voorkomen van verslaving. “De rol van de media ontbreekt in die visie”, stelt Engels. “Jongeren kijken veel films en games. Waarom accepteren we het dat er in films veel meer wordt gerookt en gedronken dan in het echte leven? Uit experimenteel onderzoek, onder andere in Nijmegen, is gebleken dat zien drinken doet drinken. Ook, en misschien wel juist in films, omdat de consumenten daar niet het gevoel hebben dat ze, zoals in reclames, worden gemanipuleerd. Hier moeten jongeren, en hun ouders, voor gewaarschuwd worden ”

Normverandering

Het verhogen van de wettelijke leeftijd voor het mogen drinken en roken zal volgens Engels een groot effect hebben op het middelengebruik op de lange termijn. “Dit effect zal ook via de beschikbaarheid werken, omdat door het verhogen van de leeftijd ook de maatschappelijke acceptatie langzaam opschuift.”

Genetica niet allesbepalend

Gevoeligheid voor verslaving kent zeker genetische componenten, erkent Engels. “Toch is het beginnen met middelengebruik minder bepaald door genetische factoren. Systematische en geïntegreerde preventie via een aanpak van de omgeving en via heldere boodschappen – ‘Je mag niet autorijden als je geen 18 bent en je mag niet drinken als je geen 18 bent, punt!’ –  heeft wel degelijk zin, ondanks de genetische gevoeligheid voor middelen.”

NFU Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra / Oudlaan 4, 3515 GA / Postbus 9696, 3506 GR Utrecht / T 030 273 98 80 / nfu@nfu.nl