Psychiatrie sterk verweven met somatische geneeskunde

“Manisch depressieve patiënten sneller behandelen met behulp van e-Health”

“Manisch depressieve patiënten sneller behandelen met behulp van e-Health”

Professor Ralph Kupka is hoogleraar bipolaire stoornissen bij de GGZ inGeest en het VU Medisch Centrum en ook bij GGZ-instelling Altrecht in Utrecht. Binnen de Academische Werkplaats Bipolaire Stoornissen integreert hij ambulante patiëntenzorg met wetenschappelijk onderzoek en opleiding. “Met onze samenwerkingspartners binnen het AWBS willen wij zorg en onderzoek op een hoger niveau brengen, liefst in een goed geïntegreerde vorm.”

Bijna een kwart van de Nederlandse vrouwen tussen 18 en 64 jaar oud heeft op enig moment in het leven voldaan aan de DSM-criteria die horen bij een angststoornis of een depressie. Bij mannen geldt dat voor 16, respectievelijk 13%. Een veel kleinere groep, namelijk iets meer dan 1% voldoet aan de diagnostische criteria voor een bipolaire stoornis: manisch-depressief.

“Mensen met depressies vormen een sterk heterogene groep”, verduidelijkt professor Kupka. “Wil je deugdelijk onderzoek doen aan zo’n sterk variërende groep, dan moet je dus een groot cohort van patiënten verzamelen. De Nederlandse Studie naar Depressie en Angst, NESDA, is zo’n cohort.”

Nederlandse Studie naar Depressie en Angst

Deze translationele cohortstudie probeert een verband te leggen tussen het zichtbare en het onzichtbare. Het zichtbare zijn de klachten waar de patiënt zich mee presenteert. Het in eerste instantie onzichtbare zijn de psychologische of neurobiologische mechanismen achter een depressie. Kupka: “De grote wens is uiteraard om de kennis uit bijvoorbeeld neurobiologisch onderzoek terug te vertalen naar de behandeling van de klachten waar de mensen mee komen.”

NESDA is een beschrijvende studie. “We proberen de determinanten en de achterliggende biologie van depressie en angst te kennen, net als de consequenties en het beloop. Het is dus geen interventiestudie in de zin dat we behandelingen vergelijken naar effectiviteit”, aldus Kupka. “Al kunnen die er wel uit voort komen. Zo loopt er nu de MOTAR-studie naar het effect van hardlopen versus medicatie op depressieve klachten en tegelijkertijd de invloed op celveroudering, omdat uit de cohortstudie is gebleken dat depressieve verschijnselen verband houden met bepaalde kenmerken van celveroudering.”

Opbrengsten NESDA

Nederland is traditioneel goed in cohortstudies en ook deze NESDA-studie is erg succesvol. Daarom dragen subsidiegevers ook graag bij aan deze studie. Kupka: “Voor iedere euro die de overheid heeft geïnvesteerd in NESDA is ook één euro externe financiering verkregen. Ook de wetenschappelijke opbrengst is groot. Sinds 2008 zijn jaarlijks vele tientallen wetenschappelijke artikelen uit dit project voortgekomen, net als een kleine 40 dissertaties.”

“Ieder euro van de overheid genereert een euro externe financiering”

Cyber-psychiatrie

E-health is in. Bijvoorbeeld binnen het programma Triple-E werken verschillende partijen uit de academie, de GGZ en de patiëntenverenigingen samen op het gebied van digitale technologie. Kupka: “Een patiënt voegde mij laatst fijntjes toe dat ik haar maar 1% van de tijd zie en dus maar beperkt zicht had op haar dagelijkse leven. Het zou mooi zijn als we daar met bijvoorbeeld leefstijltips en gerichte feedback via internet iets aan kunnen toevoegen.

Zelfmanagement

Een nieuwe, innovatieve vorm van e-Health is het programma Zelfmanagement & Dialoog. “Met dat systeem kunnen manisch-depressieve patiënten zelf dagelijks bijhouden in een stemmingsgrafiek hoe zij zich voelen, waarbij zij verschillende artsen toegang kunnen geven tot die informatie. Als ik als psychiater op zo’n systeem inlog, en ik zie dat iemand depressief of manisch dreigt te ontregelen, dan kan ik daar met gerichte adviezen of aanpassing van de medicatie op reageren”, aldus Kupka.

“Deze e-health, of eigenlijk deze ‘blended care’ van internet gecombineerd met persoonlijk contact, maakt de zorg flexibel. Iemand hoeft niet naar de polikliniek te komen als dat niet nodig is, maar ik kan als arts wel snel en gericht adviezen geven. Een potentieel nadeel is dat iemand continu bezig is met bijvoorbeeld zo’n stemmingsgrafiek en daarmee ook continu  ‘patiënt’ is”, aldus Kupka.

NFU Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra / Oudlaan 4, 3515 GA / Postbus 9696, 3506 GR Utrecht / T 030 273 98 80 / nfu@nfu.nl