Personalised medicine – genetische profielen en nieuwe oncolytica

Individuele behandelingstrajecten bij borstkanker

Individuele behandelingstrajecten bij borstkanker

Professor Vivianne Tjan-Heijnen is hoogleraar oncologie aan het Maastricht UMC+. Zij richt zich op de behandeling van borstkanker, waarbij de kwaliteit van zorg haar bijzondere aandacht heeft. Zo ontwikkelde zij met haar groep interactieve internet tools om betere informatie te verstrekken aan patiënten. Ook door regionale samenwerking zorgt de groep van Tjan-Heijnen ervoor dat de algemene behandelprotocollen toch met aandacht voor het individu worden toegepast.

De ingrediënten voor een écht individuele behandeling van borstkanker

Voor een individuele behandeling van borstkanker heb je een goede diagnose nodig, een multidisciplinair team van behandelaars en zeker ook een goed geïnformeerde patiënt en haar naasten. Van alle patiënten die voor het eerste de diagnose borstkanker krijgen, heeft 95% een vroeg stadium, zonder uitzaaiingen. Bij 80% lukt het om met locale therapie in combinatie met bestraling, genezing te bereiken. Mogelijke ‘ontsnapte’ tumorcellen worden met chemotherapie, hormoontherapie en/of HER2-gerichte therapie (tegen de Receptor voor de Humane Epidermale groeifactor) aangepakt.

Borstsparend of niet?

Binnen die standaarden zijn nog de nodige verschillende opties mogelijk. Een belangrijk verschil is de keuze voor borstsparende operatie of volledige borstverwijdering (amputatie). Met behulp van een ‘keuzehulp’ kan de arts aangeven welke opties er open staan. Is het mogelijk een borstsparende therapie direct toe te passen of  is dit alleen mogelijk als eerst chemotherapie wordt toegepast met verkleining van de tumor tot gevolg? Of heeft de patiënt de voorkeur voor een volledige borstverwijdering, al dan niet met directe of uitgestelde reconstructie van de borst, omdat ze liever geen bestraling wil ondergaan?

Het is belangrijk om álle opties te bespreken. Een chirurg kan misschien denken dat bij een bepaalde kleine tumor een amputatie van de borst veel te drastisch is. Toch doet het geen recht aan de individuele keuzevrijheid van een patiënt om alleen die beperkte chirurgische ingreep aan te bieden. Die keuzevrijheid kan vorm krijgen door middel van vragen waarbij de patiënt maat kan geven aan bijvoorbeeld het gevoel van veiligheid. Maakt een patiënt zich veel zorgen dat bij een borstsparende operatie misschien nog tumorcellen achterblijven, of hecht zij juist veel waarde aan behoud van de borst? Wanneer verschillende van dit soort vragen op een glijdende schaal dor de patiënt worden beoordeeld, heeft een arts een beter handvat om recht te doen aan de individuele wensen van een patiënt.

Chemo of niet?

De vraag of er wel of geen chemotherapie wordt toegepast heeft niet alleen met objectieve medische maten te maken. Ook daar speelt bijvoorbeeld het gevoel van onzekerheid van de patiënt een rol. Net als bij het geven van aanvullende hormoontherapie of HER2-gerichte therapie. Wanneer een aanvullende behandeling, gegeven enkele basale kenmerken van de tumor, de kans op vijfjaarsoverleving met meer dan 5% verhoogt, zijn Nederlandse oncologen geneigd om die aanvullende behandeling aan te raden. Bij een kans van minder dan 3% wordt die aanvullende therapie doorgaans niet geadviseerd. Met name tussen 3 en 5% speelt de mening van de patiënte een nog belangrijker rol.

Er is winst mogelijk

Daarnaast zijn er ook zuiver objectieve maten voor al dan niet behandelen met een bepaald geneesmiddel. In de jaren tachtig is ontdekt dat bepaalde tumoren een mutatie hebben waardoor HER2 verhoogd tot expressie komt. Daartegen zijn rond de eeuwwisseling gerichte monoklonale antilichamen op de markt gebracht, zoals Trastuzumab. Daarvan is in grote klinische studies aangetoond dat de overleving met 10% verbeterd kan worden. Zakelijk gezegd: behandeling met dit middel bij vroeg stadium borstkanker kost € 3.000,- voor ieder gewonnen levensjaar.

Door steeds betere therapie op basis van de specifieke kenmerken van een tumor, neemt de overleving van borstkanker in Europa toe. In Nederland is de tienjaarsoverleving toegenomen van 60% in 1989, tot 80% in 2002.

Bij uitgezaaide borstkanker is genezing evenwel meestal niet meer mogelijk. Toch is ook daar nog veel mogelijk op het gebied van kwaliteit van leven. Bovendien is de vijfjaarsoverleving van de groep patiënten met bijvoorbeeld HER2-positief uitgezaaide borstkanker, onder andere door steeds betere HER2-gerichte behandelingen, toegenomen van 20% in 2000 tot bijna 50% in 2015.

Nadere informatie: vcg.tjan.heijnen@mumc.nl

Met behulp van een eenvoudige vragenlijst kan de oncoloog de keuzevrijheid van de patiënt verhogen

NFU Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra / Oudlaan 4, 3515 GA / Postbus 9696, 3506 GR Utrecht / T 030 273 98 80 / nfu@nfu.nl