Personalised medicine – genetische profielen en nieuwe oncolytica

Iedere patiënt heeft recht op een ongelijke behandeling

Iedere patiënt heeft recht op een ongelijke behandeling

Professor dr. Ron Mathijssen is hoogleraar ‘Geïndividualiseerde Oncologische Farmacotherapie’. Zijn specialisaties zijn interne oncologie en klinische farmacologie. ‘Door onderzoek te doen naar factoren die de geneesmiddelconcentraties beïnvloeden, zullen bestaande en nieuwe behandelingen effectiever gemaakt kunnen worden en minder bijwerkingen veroorzaken. Zo is bijvoorbeeld al gebleken dat andere medicijnen, alternatieve geneesmiddelen, roken, bepaalde voedingsmiddelen, het tijdstip van inname en genetische factoren tot forse verschillen tussen patiënten in geneesmiddelconcentraties kunnen leiden.’

Er zit nog een gat in de brug tussen kliniek en apotheek

Personalised medicine vraagt het juiste geneesmiddel voor de juiste persoon, of beter gezegd: het juiste middel voor de juiste variant van een kwaal. Toch is dat niet alles. Er zijn nog veel meer belangrijke kenmerken aan een patiënt dan alleen de moleculaire kenmerken van zijn of haar tumor. Die kenmerken kunnen grote invloed hebben op de beschikbaarheid van een geneesmiddel in het lichaam. Onderdosering kan betekenen dat het (soms peperdure) middel niets doet. Overdosering kan risico’s inhouden, tot zelfs de dood aan toe. Toch geven we in de praktijk nog te vaak een standaard dosering aan patiënten met heel verschillende kenmerken!

De kenmerken die een individuele patiënt typeren kunnen veel banaler zijn dan moleculaire kenmerken. Artsen zijn nu gewend om voor te schrijven op basis van gewicht, al dan niet gecombineerd met lengte of lichaamsoppervlak. Vreemd genoeg wordt het steeds duidelijker dat dit vaak helemaal niet zo relevant is voor de blootstelling aan een bepaalde dosis medicijnen.

Het ene medicijn kan het andere beïnvloeden

Uit een retrospectief onderzoek naar de medicatie voor kankerpatiënten in drie grote Nederlandse ziekenhuizen, is gebleken dat er vaak serieuze interacties zijn tussen verschillende medicijnen binnen één patiënt. In niet minder dan één op de zeven kankerpatiënten treden medicijninteracties op die, zonder tijdig ingrijpen, zelfs tot ernstige schade zouden kunnen leiden. Uit prospectief onderzoek is gebleken dat een klinisch farmacoloog na voorschrijven van medicijnen door een oncoloog er nog diverse potentiële medicijninteracties uit kan vissen!

Wanneer een patiënt altijd de medicatiegegevens bij zich zou hebben, bijvoorbeeld op een elektronisch pasje, dan zijn waarschijnlijk veel interacties te voorkomen. Zo blijkt het middel paroxetine (antidepressivum, SSRI) de beschikbaarheid van het werkzame bestanddeel van tamoxifen (antikanker middel voor hormoongevoelige borsttumoren) drastisch te kunnen verlagen. Idealiter worden deze potentiële interacties door de apotheek nog wel opgemerkt, maar dat kan al fout gaan wanneer niet de eigen apotheek wordt bezocht, maar de ziekenhuisapotheek.

Interacties via de toonbank

Interacties met zelfzorggeneesmiddelen lopen wat dat betreft een nog groter risico om niet te worden opgemerkt door de behandelend arts, al zou die in een ideale wereld, met altijd voldoende tijd voor een consult, natuurlijk nooit vergeten te vragen naar het gebruik van andere middelen. Het vrij verkrijgbare ‘Sint Janskruid’ bijvoorbeeld, verlaagt de biologische beschikbaarheid van de antikanker middelen imatinib, irinotecan en docetaxel. Zelfs een eenvoudige grapefruit blokkeert de werking van bepaalde leverenzymen, waardoor de afbraak van medicijnen wordt vertraagd en de kans op bijwerkingen toeneemt. Ook de zuurgraad van de maag blijkt van meetbare invloed op de kinetiek van bepaalde antikanker middelen. Die zuurgraad kan niet alleen worden beïnvloed door zuurremmers, die in principe door de apotheek geregistreerd worden, maar ook door zoiets eenvoudigs als een glas cola of andere koolzuurhoudende dranken.

Therapeutische Medicijn Monitoring

Wetende dat zo veel, soms ogenschijnlijk triviale factoren een belangrijke invloed kunnen hebben op de werking en de beschikbaarheid van cruciale medicijnen, lijkt de tijd rijp voor een betere therapeutische monitoring van medicatie. Voor steeds meer middelen, zoals tamoxifen, imatinib of pazopanib, zijn drempelwaarden bekend waaronder de werkzaamheid significant verminderd is.

Om een effectieve monitoring van de concentraties van werkzame stoffen in het bloed van patiënten op te zetten, moeten nog wel de nodige logistieke problemen worden aangepakt, zoals rond de uitvoering van de metingen. Bovendien zegt een meting van stoffen in het bloed, dus de systemische blootstelling aan een medicijn, nog niet per se genoeg over de blootstelling van een tumor aan de betreffende stof.
 
Nadere informatie: Professor Ron Mathijssen

Zelfs een eenvoudige grapefruit kan de biologische beschikbaarheid van medicijnen drastisch beïnvloeden.

NFU Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra / Oudlaan 4, 3515 GA / Postbus 9696, 3506 GR Utrecht / T 030 273 98 80 / nfu@nfu.nl