Goede voorbeelden hoofdbehandelaarschap in umc’s

UMC Utrecht - Werkinstructie Hoofdbehandelaarschap en zorgcoördinatie Verloskunde

Op basis van voorstellen van de RvB (medio 2009) i.v.m. JCI en op instigatie van de IGZ en het rapport van de Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte (2010) wordt het volgende voorgesteld voor het Moeder en Kind Centrum Utrecht/Perinatologisch Centrum UMCU.

Omschrijving
Op basis van voorstellen van de RvB (medio 2009) i.v.m. JCI en op instigatie van de IGZ en het rapport van de Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte (2010) wordt het volgende voorgesteld voor het Moeder en Kind Centrum Utrecht/Perinatologisch Centrum UMCU.

Werkwijze in de verloskunde

a. Uitgangspunten

  • De (hoofd)behandelaar is de zorgcoördinator, deze is voor de cliënt/patiënt aanspreekbaar als de coördinator van de zorg voor haar, ook al wordt de operationele coördinatie door/onder verantwoordelijkheid van een waarnemende hoofdbehandelaar uitgevoerd;
  • Op de polikliniek is de hoofdbehandelaar de medisch specialist op wiens polikliniek de patiënt/cliënt als eerste wordt gezien/ingeschreven. Wordt een patiënt/cliënt op dat spreekuur door of onder supervisie van een andere specialist gezien, dan is die de waarnemer voor de hoofdbehandelaar, tenzij deze waarnemende specialist zelf hoofdbehandelaar wordt en patiënt/cliënt op zijn/haar eigen spreekuur terug ziet.
  • Een aio’s, anio of medisch verloskundige is behandelaar, op voorwaarde dat deze als opdrachtnemer competent en geautoriseerd is voor deze taak (zie bijlage 2); deze is geen hoofdbehandelaar.
  • Patiënt/cliënt krijgt een (afspraak)kaartje met daarop genoteerd wie de (hoofd)behandelaar is (vermeld onder verwijzer in Mosos) en hoe deze bereikbaar is;
  • Deze werkinstructie en hoe de waarneming geregeld is voor de patiënt/cliënt op de polikliniek en de afdelingen beschikbaar;
  • Bij opname wordt het hoofdbehandelaarschap (voor de duur van de opname) waargenomen door de kliniek /weeksupervisor;
  • In elke dienst is het dienstdoend/superviserend staflid de waarnemer voor de hoofdbehandelaar; deze staat op bord op poli/afdelingsgang/resp. VK vermeld (omcirkeld als supervisor van dienst (met foto);
  • Bij behandeling op de VK en de OK neemt de daadwerkelijk snijdende/superviserende specialist tijdelijk het hoofdbehandelaarschap waar, hij/zij maakt kennis met en zich kenbaar aan de patiënt/cliënt;
  • De (hoofd)behandelaar wordt op de hoogte gesteld van opname/bevalling/bijzonderheden tijdens de overdracht nadien, door degene die daar uitvoerend voor verantwoordelijk is; de naam van de (hoofd)behandelaar wordt ook vermeld onder de naam van de patiënt/cliënt in het partusboek (zodat de (hoofd)behandelaar zich zelf op de hoogte kan stellen en van zijn/haar belangstelling voor cliënt/patiënte kan blijk geven (bv felicitatie, condoleance etc.);
  • De daadwerkelijke supervisor bij intake en partus (waarnemer van de) / hoofdbehandelaar superviseert de brieven welke over de cliënt/patiënt worden geschreven aan huisartsen/verloskundigen/verwijzers; bij onduidelijkheid daarover, als het een V&G supervisor betreft of op inhoudelijke gronden is deze taak voor de hoofdbehandelaar;
  • Bij (door)verwijzingen via de echoscopie/prenatale diagnostiek voor overname van de behandeling wordt, op initiatief en het moment bepaald door de echoscopist/invasief diagnosticus, een gynaecoloog hoofdbehandelaar (event. naar medisch verloskundige als behandelaar) op de polikliniek, degene die de echodiagnostiek/invasieve diagnostiek verricht wordt dan beschouwd als consulent (de medisch specialist die door de hoofd- of medebehandelaar bij een patiënt is ingeschakeld ter verkrijging van een oordeel of advies over een bepaald aspect van de diagnostiek of in te stellen therapie).
  • Bij nacontrole wordt er naar gestreefd dat de afspraak wordt gemaakt op de poli gesuperviseerd door de (hoofd)behandelaar, tenzij dat niet op voor adequate zorg noodzakelijke redelijke termijn mogelijk is en/of tenzij het (partus)beloop aanleiding is dat (ook) een andere arts de nacontrole beter kan doen.

b. Praktische uitvoering

  • Bij inschrijving als nieuwe patiënt wordt door de (hoofd)behandelaar aangegeven aan de administratie wie de (hoofd)behandelaar is (veld ontvangende specialist in Verwijzers tabblad van Mosos). Deze naam wordt ingegeven in EZIS (bij opname) en op het afspraakkaartje geschreven. Bij een patiënt van medisch verloskundige is dit het staflid/spreekuurhouder, die op dat dagdeel spreekuur superviseert/heeft en de naam van de medisch verloskundige.
  • Behandelaars bespreken hun patiënten na met de hoofdbehandelaar (of dienst/waarnemer).
  • Patiënten krijgen een afspraakkaartje mee met daarop de naam van hun (hoofd)behandelaar staat vermeld en hoe deze bereikbaar is. Is de behandelaar een medisch verloskundige dan wordt ook diens naam vermeld.
  • Bij opname is de d.d. staflid-weeksupervisor hoofdbehandelaar en dit staat vermeld op het bord op de afdeling en op de VK. Dit wisselt dus per dienst. De coördinator van de verpleging laat dit bijhouden.
  • In het partus boek wordt de naam van de poliklinische (hoofd)behandelaar vermeld onder het naametiket van patiënte.
  • De ontslagbrief wordt ondertekend door de supervisor of achterwacht van dienst ten tijde van de baring (op checklist vermeld) of door de hoofdbehandelaar (via eigen postvakje)
NFU Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra / Oudlaan 4, 3515 GA / Postbus 9696, 3506 GR Utrecht / T 030 273 98 80 / nfu@nfu.nl