Goede voorbeelden hoofdbehandelaarschap in umc’s

NFU-handreiking Hoofdbehandelaarschap in een umc

Handreiking inzake (hoofd)behandelaar-, medebehandelaar-, consulent- en waarnemerschap voor medisch specialisten en artsen met betrekking tot de klinisch opgenomen patiënt in een umc.

PREAMBULE:
Deze handreiking beoogt de medische verantwoordelijkheden voor de klinisch opgenomen patiënt in een umc te beschrijven, waarbij rekening wordt gehouden met de te onderscheiden rollen, zoals die zich in een umc voordoen. Gelet op de opleidingstaken zal een patiënt geregeld in aanraking komen met medisch specialisten in opleiding. Voor de patiënt is dat veelal het aanspreekpunt.

Vanwege de veelal multidisciplinaire aanpak in een umc is de regeling niet limitatief in de zin dat alle mogelijke praktijksituaties hierin zijn opgenomen. Gepoogd is wél voor de praktijk voldoende handvatten te verschaffen zodat samen met de patiënt de behandelaars tot een verantwoorde aanpak kunnen komen. Waar het om gaat is dat de patiënt te allen tijde de meest aangewezen behandelaar als aanspreekpunt heeft, die het best op de hoogte is van de betreffende patiënt en onder toezicht van een medisch specialist werkt die als hoofdbehandelaar optreedt.

Met de hiernavolgende 10 minimumeisen, die de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft gesteld aan een verantwoorde regeling voor de samenwerking tussen medisch specialisten, is voor zover dat binnen een umc mogelijk is- rekening gehouden:

  • De hoofdbehandelaar is altijd een medisch specialist;
  • Iedere opgenomen patiënt heeft een bij naam bekende medisch specialist als hoofdbehandelaar;
  • Voldoende afgestemd op de opleidingsfase en ervaring van de onder supervisie gestelde personen;
  • Heldere besluitvorming binnen een multidisciplinair overleg;
  • Eenduidige afspraken over termijnen waarbinnen (spoed)consulten worden uitgevoerd;
  • Beschrijving van hoe te handelen bij verschil van inzichten;
  • Heldere communicatie bij beëindiging medebehandeling/consulentschap;
  • Duidelijke instructies ten aanzien van de overdracht van verantwoordelijkheid;
  • Opname in dossier van bij de behandeling betrokken personen en hun aandeel daarin;
  • Afspraken over status van adviezen.

1. Doel
1.1 Het doel van deze regeling is tweeledig: de klinisch opgenomen patiënt is gedurende zijn opname op te hoogte van de (mede)behandelend arts die als aanspreekpunt fungeert van de patiënt. Daarnaast dient duidelijk te zijn welke medisch specialist als hoofdbehandelaar aangemerkt wordt, omdat de medische verantwoordelijkheid -onverlet de verantwoordelijkheid van de arts-assistent- voor de patiënten voornamelijk bij de medisch specialist ligt.
1.2 De mate waarin toezicht wordt gehouden op het handelen van de arts-assistent door de supervisor hangt af van de voortgang in de opleiding en bekwaamheid van de arts-assistent. Naarmate een arts-assistent verder is in zijn opleiding zal de intensiteit van de supervisie afnemen. In het laatste jaar van de opleiding zal grotendeels zonder directe supervisie worden gewerkt.
1.3 Uitgangspunt is dat de patiënt –ongeacht de mate van de vereiste supervisie- de meest aangewezen medisch specialist als hoofdbehandelaar krijgt toegewezen. De naam van de hoofdbehandelaar dient voor de patiënt en/of diens naasten bekend te zijn alsmede bij de betrokken andere hulpverleners van de patiënt.

2. Definities
2.1 Hoofdbehandelaar: is de medisch specialist die de eindverantwoordelijkheid draagt voor de medische behandeling van de patiënt als geheel.
2.2 Behandelend arts: is de medisch specialist in opleiding niet zijnde de hoofdbehandelaar, verder te noemen: de arts-assistent.
2.3 Medebehandelaar: is de arts-assistent en/of medisch specialist die op verzoek van de hoofdbehandelaar al dan niet tijdelijk een gedeelte van de behandeling van een patiënt op zich neemt, dat buiten de eigen deskundigheid van de hoofdbehandelaar ligt, zonder daarbij de rol van de hoofdbehandelaar over te nemen.
2.4 Consulent: is de arts-assistent en/of medisch specialist die door de hoofd-, of medebehandelaar bij een bepaalde patiënt is ingeschakeld ter verkrijging van een oordeel of advies over een bepaald aspect van de diagnostiek of in te stellen therapie dat buiten de eigen deskundigheid van de hoofd-, medebehandelaar ligt.
2.5 Waarnemer: is een arts-assistent en/of medisch specialist van hetzelfde specialisme, die tijdelijk het hoofdbehandelaar-, medebehandelaar-, of consulentschap waarneemt, zonder de waar te nemen taken geheel over te nemen.
2.6 Afdelingshoofd: het medisch hoofd van de afdeling, die de eindverantwoordelijkheid draagt voor de patiëntenzorg binnen zijn afdeling, een en ander zoals bepaald in de WHW.

3. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden hoofdbehandelaar
3.1 De hoofdbehandelaar is eindverantwoordelijk voor de medische behandeling als geheel.
3.2 De hoofdbehandelaar heeft in elk geval de volgende verantwoordelijkheden en bevoegdheden:

  • Draagt zorg dat aan de patiënt en aan de andere hulpverleners, die bij de behandeling zijn betrokken, duidelijk is wie hoofdbehandelaar is;
  • Treedt op als coördinator van de algehele medische behandeling;
  • Is bevoegd tot alle besluitvorming in het kader van de medische behandeling die door de wet aan de medisch specialist is toegekend met inachtneming van het bepaalde in Professioneel Statuut van de medisch specialist;
  • Is aanspreekpunt voor artsen -al dan niet in opleiding (een en ander conform de eisen gesteld door het Centraal College Medisch Specialismen)(CCMS), verpleging, patiënt, huisarts en andere betrokken hulpverleners;
  • Schakelt zo nodig een medebehandelaar en/of consulent in;
  • Is verantwoordelijk voor implementatie van de adviezen van medebehandelaar en/of consulent, zonder dat daarbij de plicht ontstaat de adviezen op te volgen.

4. Verantwoordelijkheden behandelend arts
4.1 Een behandelaar is verantwoordelijk voor de uitvoering van het medisch beleid, zoals vastgesteld door de supervisor en betreffende afdeling.
4.2 De behandelaar heeft in elk geval de volgende verantwoordelijkheden en bevoegdheden:

  • Is verantwoordelijk voor de dagelijkse medische zorg en de besluitvorming daaromtrent betreffende de patiënten die aan hem zijn toevertrouwd;
  • Is verantwoordelijk voor de communicatie met de patiënt over het medisch beleid;
  • Is verantwoordelijk voor de vastlegging van al datgene wat in het belang is van een goede zorgverlening in het medisch dossier, inclusief de uitkomsten van het overleg met de supervisor;
  • Is verantwoordelijk voor de coördinatie van zorg conform de instructies van de supervisor;
  • Schakelt zo nodig -in overleg met zijn supervisor- een medebehandelaar of consulent in.

5. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden medebehandelaar
5.1 Een medebehandelaar is verantwoordelijk voor dat gedeelte van de behandeling waarvoor diens deskundigheid is vereist en dat buiten de deskundigheid van de hoofdbehandelaar valt.
5.2 Een medebehandelaar heeft in elk geval de volgende verantwoordelijkheden en bevoegdheden:

  • Draagt zorg voor de uitvoering van de medische zorg op zijn vakgebied, inclusief de informatieverstrekking aan de patiënt, visitelopen, voorschrijven medicatie, medische verslaglegging en informatie aan de betrokken hoofdbehandelaar, andere hulpverleners en huisarts;
  • Schakelt zo nodig -na overleg met de (hoofd)behandelaar- een andere medebehandelaar en/of consulent in;
  • Implementeert de adviezen van de andere medebehandelaar en/of consulent;
  • In geval andere problemen optreden, die buiten het deskundigheidsgebied van de medebehandelaar vallen, dient hij overleg te plegen met de hoofdbehandelaar;
  • Iedere beëindiging van medebehandelaarschap wordt gemeld bij de betreffende hoofdbehandelaar.

6. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden consulent
6.1 Een consulent is verantwoordelijk voor de door de hoofd- en/of medebehandelaar gevraagde adviezen.
6.2 Een consulent heeft in elk geval de volgende verantwoordelijkheden en bevoegdheden:

  • Voert consult uit op verzoek van de hoofdbehandelaar en/of (mede)behandelaar;
  • Draagt zorg voor de verslaglegging in het medische dossier en spreekt af wie zorg draagt voor de gevolgen van het advies in de behandeling van de patiënt;
  • Draagt zorg -indien dit is afgesproken met de consultvrager- voor de informatieverstrekking aan de patiënt.

7. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden waarnemer
7.1 Een waarnemer is verantwoordelijk voor de verdere goede gang van zaken gedurende de termijn van de waarneming van het (hoofd)behandelaar-, medebehandelaar- en consulentschap, zonder dat hij diens verantwoordelijkheden en bevoegdheden volledig overneemt.
7.2 Een waarnemer bewaakt de goede voortgang van de behandeling en reageert zo nodig op veranderingen in de toestand van de patiënt. Indien nodig heeft de waarnemer gelijke bevoegdheden, zoals die aan degene wiens taken hij waarneemt, zijn toegekend.
7.3 Indien een waarnemer -buiten een spoedsituatie- de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van degene die wordt waargenomen, geheel overneemt, is sprake van een opvolgend (hoofd)behandelaar-, medebehandelaar-, of consulentschap, zoals in deze regeling beschreven.

8. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden aios
8.1 Een arts-assistent kan geen hoofdbehandelaar zijn en verricht te allen tijde zijn taken onder supervisie van een medisch specialist, zoals is vastgelegd in de Instructie voor arts-assistenten en het opleidingsreglement van het umc.
8.2 Het bepaalde in artikel 8.1 is eveneens van toepassing (m.u.v. het opleidingsreglement) op artsen niet in opleiding.

9. Hoofdbehandelaarschap op de Intensive Care (IC)
9.1 Op de IC is de intensivist de hoofdbehandelaar.
9.2 De verwijzend hoofdbehandelaar wordt -na overdracht van de patiënt aan de IC- automatisch medebehandelaar.
9.3 Bij overplaatsing van de patiënt naar een andere afdeling draagt de intensivist het hoofdbehandelaarschap over een aan medisch specialist van het desbetreffende specialisme.

10. Hoofdbehandelaarschap op de OK
10.1 De snijdend medisch specialist is als hoofdbehandelaar verantwoordelijk voor de indicatiestelling , informatievoorziening aan de patiënt, uitvoering van de ingreep en postoperatieve zorg met inachtneming van het bepaalde in het navolgende artikel.
10.2 De anesthesioloog is verantwoordelijk als hoofdbehandelaar voor de preoperatieve voorbereiding, preoperatieve zorg en postoperatieve bewaking op de verkoeverkamer, indien en voor zover betrekking hebbend op de deskundigheid vallend binnen de anesthesiologie.
10.3 In geval van een niet snijdend interveniërend specialist (radioloog) gelden de verantwoordelijkheden overeenkomstig die van de snijdend specialist.

11. (Hoofd)behandelaarschap op de SEH
11.1 Het (hoofd)behandelaarschap van een patiënt op de SEH is afhankelijk van de gewenste deskundigheid en afhankelijk van de mate van spoedeisendheid.
11.2 Bij afwezigheid van een insturend medisch specialist met een specifieke verwijzingsvraag waaruit de inbreng van een bepaald specialisme valt af te leiden, draagt de dienstdoende poortarts zorg voor de eerste opvang. De superviserend specialist van de poortarts is automatisch hoofdbehandelaar gedurende het verblijf op de SEH.
11.3 Indien wel duidelijk is dat de inbreng van een specifiek specialist aangewezen is, wordt het (hoofd)behandelaarschap overgedragen aan de dienstdoende medisch specialist van dat specialisme op het moment van overdracht door de poortarts.

12. Overdracht
12.1 Desgewenst kan het (hoofd)behandelaarschap, medebehandelaarschap en consulentschap worden overgedragen.
12.2 Overdracht is alleen mogelijk indien de overnemend specialist daarmee heeft ingestemd. Daarbij is niet de locatie bepalend waar de patiënt zich bevindt, maar het moment waarop de betrokken specialisten dat zijn overeengekomen.
12.3 Iedere overdracht dien vastgelegd te worden in het dossier.

13 Uitzonderingen
13.1 Afwijken van de inhoud van deze regeling is uitsluitend toegestaan als dit expliciet is afgesproken door de betrokken behandelaars mits gemotiveerd opgetekend in het dossier en als het de patiëntenzorg niet schaadt.

14 Overleg en verschil van mening
14.1 In geval van verschil van mening tussen betrokken behandelaren over de diagnostiek en behandeling van een patiënt hebben alle betrokken behandelaren een plicht tot onverwijld overleg, een en ander afhankelijk van de toestand van de patiënt.
14.2 Indien de geconstateerde verschillen van mening over het te volgen beleid en de informatievoorziening aan de patiënt niet onderling kan worden opgelost, beslist de hoofdbehandelaar. Hij motiveert zijn beslissing en maakt hiervan aantekening in het medisch dossier. Het voorgaande laat echter onverlet dat geen enkele medisch specialist tot een medische behandeling kan worden gedwongen die naar zijn mening niet in het belang van de patiënt is.

15 Geschillen
15.1 In geval van niet in onderling overleg op te heffen verschillen van mening over de uitvoering van deze regeling en de daarin beschreven taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden, wordt het geschil voorgelegd aan het (de) betreffende afdelingsho(o)fd(en). Het afdelingshoofd is bevoegd tot het nemen van een voor alle betrokkenen bindend besluit.
15.2 In geval een geschil afdelingsoverstijgend is en de desbetreffende afdelingshoofden komen niet tot een oplossing, dient het geschil voorgelegd te worden -indien aanwezig- aan de desbetreffende decentrale leiding.
In geval het een decentraal overstijgend geschil betreft, dient de kwestie aan de Raad van Bestuur te worden voorgelegd.

16 Status, inwerkingtreding en wijziging regeling
16.1 Deze regeling, die onderdeel vormt van het Veiligheids Management Systeem van het umc, is - gehoord het Stafconvent en de CRAZ - door de Raad van Bestuur vastgesteld en daarmee bindend voor een ieder die betrokken is bij de patiëntenzorg in het umc.
16.2 Deze regeling treedt in werking op 1-9-2008. Uiterlijk 31-12-2013 wordt deze regeling geëvalueerd door het Bestuur Stafconvent, dat daarmee tevens verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van de regeling.
16.3 Na de hiervoor genoemde evaluatie zal deze regeling al dan niet in gewijzigde vorm opnieuw worden vastgesteld door de Raad van Bestuur voor een periode van vijf jaren.
16.4 Wijzigingen kunnen door het Bestuur Stafconvent en/of de Raad van Bestuur worden ingediend en treden in werking na schriftelijke vaststelling van de gewijzigde regeling door de Raad van Bestuur.

Albert Vermaas en Maarten Andriessen
April 2008

NFU Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra / Oudlaan 4, 3515 GA / Postbus 9696, 3506 GR Utrecht / T 030 273 98 80 / nfu@nfu.nl