Een beeld zegt toch meer

‘Ook de hersenen kun je dotteren’

Professor Yvo Roos is hoogleraar Acute Neurologie en oprichter van de unit Acute Hersenhulp in het AMC. Hij doet onder meer onderzoek naar trombolyse en endovasculaire behandeling bij patiënten met een acuut herseninfarct.

Tijd is alles
Zijn verhaal over het ‘dotteren’ van een herseninfarct illustreert professor Yvo Roos met de casus van een 26-jarige vrouw die drie weken na een bevalling ineens uitvalverschijnselen kreeg in de rechterhelft van haar lichaam. Ze was nog helder bij bewustzijn, maar kon niet meer spreken en kon alleen nog heel eenvoudige opdrachten uitvoeren. Het ziekenhuis waar zij werd opgenomen constateerde een ‘beroerte’, maar durfde geen bloedverdunners te geven uit angst voor mogelijke bloedingen. Vijf uur na het incident arriveerde zij op de afdeling Acute Hersenhulp van het AMC. ‘Daar constateerden wij via de CT-scanner een afsluiting van een groot vat in de hersenen’, vertelt Roos. ‘Omdat wij nog binnen de zes uur na aanvang van de verschijnselen konden ingrijpen, hebben wij bij deze vrouw via een stent een zogenoemde trombectomie uitgevoerd. Tijd is in dit geval alles! Via een catheter hebben we de stent áchter het stolsel geplaatst en door de catheter terug te trekken hebben we die stent met bloedstolsel en al weer uit haar hersenen verwijderd. Het spreekt voor zich dat we deze ingreep alleen konden doen onder ‘live’ weergave van haar hersenvaten in de interventie angiokamer. Deze vrouw is uiteindelijk zonder restverschijnselen genezen’, zo vertelt Roos niet zonder trots.


Met een stent kun je onder begeleiding van röntgenbeelden een stolsel uit een bloedvat in de hersenen ‘harken’.
Met een stent kun je onder begeleiding van röntgenbeelden een stolsel uit een bloedvat in de hersenen ‘harken’.

Meer en sneller herstel
De nieuwe techniek van trombectomie is de afgelopen jaren vergeleken in een onderzoek bij 500 patiënten in een tiental Nederlandse ziekenhuizen, het zogenoemde MR CLEAN-onderzoek. Daarbij werd de ‘gouden standaard’ van onder andere een behandeling met bloedverdunners vergeleken met deze nieuwe techniek. In januari werden de resultaten gepresenteerd in het New England Journal of Medicine. In de groep die de nieuwe behandeling kreeg was één op de drie patiënten drie maanden na de behandeling weer in staat om zelfstandig te functioneren, tegen één op de vijf bij de ‘oude’ behandeling. De behandeling bleek veilig en effectief bij alle soorten patiënten, oud en jong, ernstige of minder ernstige uitvalverschijnselen, en vooraf wel of geen behandeling gehad met bloedverdunners.

Regionale samenwerking
De resultaten van de MR CLEAN-studie zijn inmiddels bevestigd in twee vergelijkbare onderzoeken in het buitenland. Roos: ‘Er is nog steeds meer onderzoek nodig, maar tegelijk denk ik dat de tijd nu ook rijp is voor implementatie van deze kennis. Er is inmiddels voorlopige toelating in het basispakket, onder een zogenoemde experimentele DBC, maar dan alleen in de gespecialiseerde centra die in de eerdere studie hebben meegedaan. Centralisatie is daarmee een logische stap’, aldus Roos.
Binnen de gecoördineerde zorg voor CVA-patiënten in de regio Amsterdam is die centralisatie al gerealiseerd onder de noemer StrokeNet. ‘We leunen daarbij ook dankbaar op de ervaringen van traumatologen in “TraumaNet” en ook op de ervaringen van cardiologen in onze regio. In de acute zorgregio’s van het AMC en het VUmc stemmen we protocollen rond herseninfarcten en hersenbloedingen af tussen de interventiecentra, de vijftien regionale ziekenhuizen, maar ook de huisartsenposten en de ambulancediensten. Op die manier is de diagnose, het vervoer, de informatiestromen, en ook het eventuele retour naar de regionale ziekenhuizen helemaal afgestemd tussen alle betrokken partijen.’

Radiologie cruciaal
StrokeNet is in februari 2015 van start gegaan in de regio Amsterdam. ‘De radioloog heeft daarbij een sleutelpositie. In een regionaal ziekenhuis is meestal een eerste scan gemaakt. Het komt daarbij nog steeds voor dat de patiënt letterlijk met een gebrand DVD-tje onder de arm naar een interventiecentrum wordt gebracht. Die beeldvorming zal voortaan binnen onze nieuwe samenwerking via een soort “tele-radiologie” voor de patiënt uit moeten reizen. Nog voordat de patiënt bij ons binnen is moet op die manier al duidelijk worden of zo’n patiënt al dan niet in aanmerking komt voor trombectomie of voor “gewone” trombolyse.’

NFU Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra / Oudlaan 4, 3515 GA / Postbus 9696, 3506 GR Utrecht / T 030 273 98 80 / nfu@nfu.nl