Een beeld zegt toch meer

‘Effecten van medicijnen in beeld’

Professor Liesbeth de Vries is hoogleraar medische oncologie aan het Universitair Medisch Centrum Groningen. Zij is door de KNAW benoemd tot Akademiehoogleraar vanwege het baanbrekende onderzoek dat zij verricht binnen een zeer breed spectrum van de medische oncologie. Zij is een vooraanstaand internationaal onderzoeker en ontwikkelt en implementeert nieuwe technieken in zowel wetenschappelijk onderzoek als patiëntenzorg.

Steeds meer alternatieven voor de liniaal
In de oncologie zijn op dit moment enorm veel nieuwe ontwikkelingen, sinaleert De Vries. ‘Ik zie ook dagelijks in mijn spreekkamer wat dat aan de zorg toevoegt. Misschien is mijn vakgebied daarmee ook wel een soort nachtmerrie voor beleidsmakers, omdat de zorg potentieel ook veel duurder wordt door al die nieuwe ontwikkelingen. Het is daarmee ook onze plicht om heel goed in de gaten te houden wat de toegevoegde waarde is van al die nieuwe technieken.’
Tot voor kort betekende het in de gaten houden van het succes van een behandeling simpelweg het fysiek meten van een tumor: wordt een tumor wel of niet kleiner door een behandeling. ‘We leren evenwel steeds meer eigenschappen van tumoren kennen die iets vertellen over de genetische karakteristieken van de cellen. Met behulp van specifieke eiwitten kunnen we “vlaggetjes” aan specifieke soorten cellen hangen, die we vervolgens met PET- of SPECT-camera’s in beeld kunnen brengen. Op die manier kunnen we bijvoorbeeld ook zien of een hormoongevoelige tumorcel in het geval van borstkanker is uitgezaaid naar plekken die we met andere beeldvormende technieken moeilijk kunnen vinden.’

Therapie ter plekke afgeleverd
Behalve bij de diagnose, kan specifieke beeldvorming ook helpen bij het evalueren van een behandeling, vertelt De Vries. ‘Sommige medicijnen werken door het blokkeren van bepaalde eiwitten op het oppervlak van tumorcellen. Als zo’n medicijn succesvol is, dan betekent dat dus dat er op dat moment geen plek meer is op dat eiwit voor een signaalstof die we met een antilichaam ook op dat eiwit zouden kunnen zetten en die met een scanner in beeld te brengen is. Op die manier is het dus mogelijk om al in een vroeg stadium te kijken of we met een bepaalde behandeling op de goede weg zitten.’
Op dit moment werkt De Vries in een groep van drie Nederlandse en twee Belgische ziekenhuizen aan een onderzoek rond ‘gelabelde’ antilichamen. ‘We geven een patiënt daarvoor eerst antilichamen tegen specifieke receptoren op het oppervlak van de tumorcellen. Door middel van een radioactief “vlaggetje” kunnen we vervolgens op een scan checken of die antilichamen inderdaad ook op de tumor gaan zitten. Als dat zo is kunnen we vervolgens een versie van dat antilichaam geven waar een extreem giftige stof aan vast zit. Op die manier lever je een therapie bij de tumor af, zonder onnodig veel gezond weefsel met de giftige stof te belasten’, aldus De Vries. ‘Omdat deze therapie relatief duur is, is het van belang om vooraf heel goed te kijken of een tumor wel of niet gevoelig is voor het gebruikte antilichaam.’

Lichtgevende tumor
Behalve ‘onzichtbare’, gelabelde antilichamen die alleen met behulp van een dure scanner zichtbaar gemaakt kunnen worden, zijn tumoren ook bijna letterlijk zichtbaar te maken met fluorescerende stoffen. Met een relatief eenvoudige fluorescentie-camera kun je een gelabelde huidtumor of borsttumor dan letterlijk laten oplichten. Tijdens een operatie kan dit de chirurg helpen om te bepalen of hij daadwerkelijk al het tumorweefsel heeft weggesneden. Ook in het maag-darmkanaal is het nu mogelijk om in een vroeg stadium rectumcarcinomen te laten oplichten. Geholpen door vroege detectie heeft een mogelijke therapie ook een grotere kans van slagen.’

NFU Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra / Oudlaan 4, 3515 GA / Postbus 9696, 3506 GR Utrecht / T 030 273 98 80 / nfu@nfu.nl