Cao universitair medische centra

artikel 3.2.1 Hoogte

  1. Het persoonlijk budget wordt gevormd door het maandelijks opbouwen van een bedrag dat gebaseerd is op het salaris waar de medewerker die maand aanspraak op heeft. 
  2. De opbouw van het persoonlijk budget bedraagt in 2013 1,3% van het salaris en vanaf 1 januari 2014 1,55% van het salaris.
  3. In afwijking van lid 2 bedraagt de opbouw van het persoonlijk budget voor medewerkers geboren in 1958 tot en met 1962 1,8%. Voor deze medewerkers wordt het budget van 1,8% pas verhoogd als de opbouw van het budget van medewerkers geboren in 1963 of later meer bedraagt dan 1,8% van het salaris. 
  4. Salaris dat door de medewerker wordt ingezet als inleg voor de levensloopregeling of als bron voor deelname aan een regeling als bedoeld in artikel 18.3 (geld voor aanspraken in natura of extra pensioen) wordt voor de berekening van de maandelijkse opbouw van het budget tot het salaris gerekend. 
  5. Tijdens het tweede ziektejaar wordt de opbouw van het persoonlijk budget gebaseerd op 70% van het salaris voor dat gedeelte dat de medewerker ziek is. Over het salarisgedeelte dat de medewerker niet ziek is, wordt 100% persoonlijk budget opgebouwd. 
  6. Tijdens ouderschapsverlof of zorgverlof vindt opbouw van het persoonlijk budget plaats over het verlaagde salaris.
NFU Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra / Oudlaan 4, 3515 GA / Postbus 9696, 3506 GR Utrecht / T 030 273 98 80 / nfu@nfu.nl