Cao universitair medische centra

artikel 18.3 Geld voor aanspraken in natura of extra pensioen

  1. De medewerker kan deelnemen aan een door de werkgever in overleg met de Ondernemingsraad vastgestelde regeling voor onder meer een fietsplan, betaling vakbondscontributie en/of lidmaatschap van overige beroeps- of vakverenigingen en/of spaarloon*. De werkgever draagt zorg voor (schriftelijke) voorlichting over de gevolgen van bepaalde keuzes voor pensioen en sociale zekerheid. De werkgever kan in overleg met de Ondernemingsraad en op voorwaarde van verkrijging van goedkeuring van de belastingdienst extra doelen aan de regeling toevoegen, zoals woon-werkverkeer.
  2. Als spaarbronnen voor deelname aan een in het eerste lid genoemde regeling gelden: 
    1. het salaris krachtens artikel 4.1 c.q. artikel 15.3 boven het wettelijk minimumloon; 
    2. de vakantie-uitkering krachtens artikel 4.5
    3. de toelagen op het salaris krachtens hoofdstuk 4 en hoofdstuk 15
    4. de bindingspremie krachtens artikel 4.8.2
    5. een gratificatie krachtens artikel 4.10 en artikel 15.5 (gratificatie arbeidsduuroverschrijding); 
    6. de eindejaarsuitkering krachtens artikel 4.4
  3. De medewerker kan de in het tweede lid aangegeven bronnen ook met inachtneming van de fiscale grenzen en de voorschriften de stichting Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds bestemmen voor extra pensioen. Medewerkers die geboren zijn voor 1950 kunnen ook kiezen voor bijsparen voor FPU extra/totaal voor zover er reeds sprake is van een lopend contract.
NFU Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra / Oudlaan 4, 3515 GA / Postbus 9696, 3506 GR Utrecht / T 030 273 98 80 / nfu@nfu.nl