Cao universitair medische centra

artikel 1.1 Definities

In deze cao wordt verstaan onder:

arbeidsongeschiktheidsuitkering een periodieke uitkering krachtens ZW, WAO, of WIA, terzake van het op grond van ziekten of gebreken geheel of gedeeltelijk ongeschikt zijn om passende arbeid te verrichten die voortvloeit uit enig dienstverband van de medewerker;
bezoldiging de som van het salaris en de toelagen waarop de medewerker ingevolge de artikelen 4.1, 4.7.1, tweede lid tot en met 4.7.5, 4.8 en 4.9 en de artikelen 15.4.1, 15.4.215.4.3 en 15.4.5 aanspraak heeft;
Centrale VUT-overeenkomst de overeenkomst genoemd in artikel 2 van de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel;
centrale één van de volgende centrales voor overheids- en onderwijspersoneel: de Algemene Centrale van Overheidspersoneel, de Christelijke Centrale van Overheids- en Onderwijspersoneel, het Ambtenarencentrum en de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid, Onderwijs, Bedrijven en Instellingen;
college van bestuur het college van bestuur van de universiteit waaraan het umc is verbonden;
dienst of afdeling een als zodanig aangeduid onderdeel van het umc;
dienstreis een naar het oordeel van de werkgever noodzakelijke verplaatsing van een medewerker, met inbegrip van het daarmee verband houdende verblijf, tot het verrichten van dienst buiten het umc;
dienstverband een aanstelling bij een openbaar umc dan wel een arbeidsovereenkomst met een bijzonder umc;
FPU-regeling regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 2 van de Centrale VUT-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel;
functie het samenstel van werkzaamheden, door de medewerker te verrichten overeenkomstig hetgeen de werkgever hem heeft opgedragen;
maximumsalaris het hoogste bedrag van een salarisschaal;
medewerker degene die een dienstverband heeft met het umc voor zover hij niet behoort tot een van de categorieën, bedoeld in artikel 1a.10, tweede lid;
medisch specialist de arts die blijkens inschrijving in het register van de RGS is erkend als specialist in het daarbij vermelde onderdeel van de geneeskunde;
partner voor de toepassing van deze cao wordt onder echtgenote of echtgenoot mede begrepen de geregistreerde partner, alsmede de levenspartner met wie de niet gehuwde medewerker samenwoont en - met het oogmerk duurzaam samen te leven - een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract dat de wederzijdse rechten en verplichtingen terzake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding bevat. Tegelijkertijd kan slechts één persoon als levenspartner worden aangemerkt. De werkgever kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract is gesloten. Onder weduwe of weduwnaar wordt mede begrepen de nabestaande levenspartner of geregistreerde partner. Tot gezinslid wordt in voorkomend geval mede gerekend de geregistreerde partner of levenspartner;
pensioenreglement ABP het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
raad van bestuur de raad van bestuur, bedoeld in de artikelen 12.4 en 12.18 van de WHW;
raad van toezicht de raad van toezicht, bedoeld in de artikelen 12.10 en 12.18 van de WHW;
rooster een voor een periode van langer dan een week, maar niet langer dan dertien weken opgesteld en van tevoren bekend gemaakt schema van begin en einde van de dagelijkse werktijden;
salaris het bedrag dat met inachtneming van artikel 4.1 voor de medewerker is vastgesteld aan de hand van één van de bijlagen van deze cao;
salarisnummer een aanduiding, bestaande uit een getal of uit een letter en een getal, die in een salarisschaal voor een salaris is vermeld; salarisschaal: een als zodanig in een van de bijlagen van deze cao vermelde reeks van genummerde salarissen;
umc een openbaar of bijzonder academisch ziekenhuis, genoemd in onderdeel i, onder 1 en 2, van de bijlage van de WHW, dan wel het universitair medisch centrum waarvan het academisch ziekenhuis deel uitmaakt;
universiteit een van de universiteiten genoemd in de onderdelen a en b van de bijlage van de WHW; volledige arbeidsduur: een arbeidsduur die per jaar 1872 werkuren omvat, dan wel, voor de arts-assistent, een arbeidsduur die per jaar 2392 werkuren omvat, dan wel, voor de medisch specialist bedoeld in artikel 15.1 (toepassingsbereik), een arbeidsduur die ten minste 40 en ten hoogste 48 uur gemiddeld per week (exclusief diensten, arbeid verricht tijdens diensten en werktijdoverschrijding) omvat, gemeten op jaarbasis;
vakantiekracht degene die uitsluitend gedurende de schoolvakantie en voor een periode van maximaal zes weken achtereenvolgend werkzaam is in een umc. Deze cao is niet van toepassing op de vakantiekracht met uitzondering van deze bepaling en van artikel 2.4.8;
werkgever raad van bestuur;
werkloosheidsuitkering een periodieke uitkering terzake van ontslag of werkloosheid die voortvloeit uit enig dienstverband van de medewerker.
NFU Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra / Oudlaan 4, 3515 GA / Postbus 9696, 3506 GR Utrecht / T 030 273 98 80 / nfu@nfu.nl