Cao universitair medische centra

bijlage L: Beroep bij de commissie van beroep voor medewerkers van VUmc*

artikel 1    Beroepsgronden, ontvankelijkheid

  1. Onverminderd de bevoegdheid van de medewerker om zich rechtstreeks tot de gewone rechter te wenden, kan de medewerker, diens nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgende, die door een besluit, een handeling of een weigering om te besluiten of te handelen door of namens de werkgever genomen of verricht, rechtstreeks in zijn belang is getroffen, daartegen in beroep gaan bij de commissie van beroep. 
  2. Een weigering wordt mede geacht te zijn uitgesproken, indien binnen de daarvoor bepaalde tijd of, wanneer er een tijdsbepaling ontbreekt, binnen een termijn van twee maanden een verplicht besluit niet genomen of een verplichte handeling niet verricht is. 
  3. Een besluit inhoudende een medisch oordeel, alsmede de weigering om een medisch oordeel te geven is niet een besluit respectievelijk een weigering als bedoeld in het eerste lid van dit artikel.

artikel 2    Beroepsgronden, ontvankelijkheid
Het beroep kan door de medewerker bij de commissie van beroep worden ingesteld ter zake dat: 

  1. het besluit, de handeling of de weigering strijdt met enige bepaling van de individuele arbeidsovereenkomst, de cao, dan wel met de werkgever bindende algemene regelingen; 
  2. de werkgever bij het nemen van het besluit, het verrichten van de handeling, of het uitspreken van de weigering zijn bevoegdheid kennelijk tot een ander doel heeft aangewend dan tot de doeleinden waartoe deze bevoegdheid is gegeven; 
  3. de werkgever bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het besluit, de handeling of de weigering heeft kunnen komen; 
  4. het besluit, de handeling of de weigering anderszins in strijd is met een algemeen rechtsbeginsel of een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur.

artikel 3    Beroepsgronden, ontvankelijkheid

  1. Niet ontvankelijk is het beroep: 
    1. voor zover het gericht is tegen enige bepaling van deze cao, alsmede voor zover het gericht is tegen de werkgever bindende algemene regelingen; 
    2. dat is ingesteld tegen een besluit, handeling of weigering waartegen binnen het ziekenhuis nog bezwaar kan worden gemaakt; 
    3. dat betrekking heeft op een besluit, handeling of weigering waartegen de medewerker reeds bij de gewone rechter in beroep is gegaan; 
    4. dat betrekking heeft op een voorgenomen besluit tot opzegging van de arbeidsovereenkomst waarvoor de toestemming van de directeur van het UWV WERKbedrijf is gevraagd; 
    5. dat is gericht tegen een verzoekschrift dat door de werkgever bij de kantonrechter is ingediend. 
  2. Indien de medewerker een beroep instelt bij de commissie van beroep en, voordat deze uitspraak heeft gedaan, van hetzelfde besluit, dezelfde handeling of weigering als waartegen dit beroep is gericht tevens in beroep gaat bij de gewone rechter, is hij verplicht daarvan onverwijld kennis te geven aan de commissie van beroep. De commissie van beroep staakt in zulk een geval, ook zonder kennisgeving van betrokkene, de behandeling van de zaak.

artikel 4    Termijn voor instellen beroep

  1. Het beroep dient schriftelijk bij de commissie van beroep te worden ingesteld binnen zes weken na de dag waarop het bestreden besluit of de bestreden handeling of weigering is genomen, verricht of geschied. Het beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen of, bij verzending binnen Nederland, indien het voor het einde van de termijn per post is verzonden. 
  2. Hij die na de hiervoor bepaalde termijn beroep instelt wordt niettemin ontvankelijk verklaard, indien hij ten genoegen van de commissie van beroep aantoont, het beroep te hebben ingesteld binnen zes weken na de dag waarop hij redelijkerwijs van het bestreden besluit of de bestreden handeling of weigering heeft kunnen kennisnemen, of indien hij ten genoegen van de commissie van beroep aantoont dat hem ter zake van de overschrijding van de termijn geen verwijt treft.

artikel 5    Wijze van instellen beroep
Het beroep wordt ingesteld door indiening bij de secretaris van de commissie van beroep van een schriftelijke met redenen omklede uiteenzetting van de zaak en een aanduiding van de beslissing die de medewerker wenst uit te lokken.

artikel 6    Werkwijze commissie van beroep

  1. Onmiddellijk na ontvangst van het beroepschrift zendt de secretaris een afschrift daarvan aan de werkgever. 
  2. De secretaris stelt de werkgever een termijn van ten hoogste een maand waarbinnen deze zijn zienswijze met betrekking tot het beroepschrift schriftelijk kenbaar kan maken. 
  3. Na ontvangst van dit verweerschrift zendt de secretaris onverwijld een afschrift daarvan aan degene die het beroep instelde.
  4. Zo de voorzitter dit voor de behandeling van de zaak nuttig oordeelt, geeft hij ieder der partijen een maand de gelegenheid tot repliek respectievelijk dupliek. 
  5. In gevallen waarvan het spoedeisend karakter aanvankelijk aannemelijk is, is de voorzitter bevoegd op verzoek van de medewerker of van de werkgever partijen, bij afwijking van het hiervoor bepaalde, direct voor een mondelinge behandeling op te roepen.

artikel 7    Mondelinge behandeling

  1. De voorzitter bepaalt de dag, het uur en de plaats waarop de zaak zal worden behandeld. Die dag zal niet later worden bepaald dan twee maanden na ontvangst van het beroepschrift, tenzij de voorzitter conform het bepaalde in artikel 6 vierde lid, het nuttig oordeelt dat van repliek en van dupliek wordt gediend. In dat geval zal de dag van behandeling niet later mogen worden gesteld dan vier maanden na ontvangst van het beroepschrift. 
  2. De secretaris zorgt voor het oproepen van de partijen voor de behandeling van de zaak ter zitting. Het oproepen geschiedt 14 dagen voor de zittingsdag, tenzij het spoedeisend karakter van de zaak oproeping op een kortere termijn noodzakelijk maakt. 
  3. De secretaris draagt zorg voor de mogelijkheid dat partijen kennis nemen van alle op de zaak betrekking hebbende stukken. 
  4. Met eenstemmig goedvinden van de commissie van beroep en van partijen kan de behandeling van de zaak ook schriftelijk geschieden. 

Artikel 8    Getuigen en deskundigen
De commissie van beroep is bevoegd partijen getuigen en deskundigen te horen en overlegging van bescheiden te vorderen.

artikel 9    Verloop zittingen

  1. De zittingen van de commissie van beroep zijn openbaar. Indien een partij daarom verzoekt of indien daarvoor gewichtige redenen aanwezig zijn, kan de commissie van beroep bepalen dat de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvindt. 
  2. Tijdens de zitting wordt aan partijen de gelegenheid gegeven hun belangen voor te dragen of te doen voordragen en getuigen en deskundigen te doen horen. 

artikel 10    Beraadslaging

  1. De commissie beraadslaagt en beslist met drie leden, waaronder de voorzitter of diens plaatsvervanger. 
  2. Voor de behandeling van een zaak wijst de voorzitter twee leden aan: een lid aan te wijzen uit de in artikel 13 eerste lid onder b genoemde leden en een lid uit de in artikel 13 eerste lid onder c genoemde leden. Voor de behandeling van een door een medewerker van VUmc ingesteld beroep kan uit de in artikel 13 eerste lid onder b en c slechts een lid dat betrokken is bij een werknemersorganisatie die partij is bij onderhavige cao, worden aangewezen.
  3. Indien een zaak naar het oordeel van de voorzitter van zeer eenvoudige aard is, dan kan hij deze zaak als alleenzittend lid afdoen, mits hij van het voornemen daartoe minstens een week voor de mondelinge behandeling alle leden van de commissie, alsmede de klager en de werkgever daarvan in kennis stelt en geen hunner zich daartegen verzet.

artikel 11    Beslissing: termijn en motivering

  1. Binnen twee weken na de laatste zitting waarop de zaak werd behandeld, neemt de commissie een beslissing. 
  2. De beslissing wordt met redenen omkleed. 
  3. De secretaris zendt binnen twee maanden na de laatste zitting een gewaarmerkt afschrift van de beslissing bij aangetekend schrijven aan partijen. 

artikel 12    Beslissing: aard oordeel

  1. De commissie kan het beroep ontvankelijk of niet-ontvankelijk, gegrond of ongegrond verklaren. 
  2. De uitspraken van de commissie zijn voor partijen bindend. 
  3. Indien uit de uitspraak een aanspraak op betaling van een geldbedrag voortvloeit, kan de commissie dit geldbedrag vaststellen. 

artikel 13    Samenstelling commissie van beroep

  1. De commissie van beroep bestaat uit 10 leden en is als volgt samengesteld: 
    1. de voorzitter wordt, evenals zijn plaatsvervanger, in functie benoemd door het Bestuur van de Stichting VU-VUmc op gezamenlijke voordracht van de in dit artikel onder b en c genoemde instanties;
    2. vier leden worden benoemd door het college van bestuur van de VU en de raad van bestuur van VUmc gezamenlijk;
    3. vier leden worden benoemd door de gezamenlijke vakorganisaties die partij zijn bij de cao's van de VU en VUmc. 
  2. De commissie wordt bijgestaan door een secretaris dan wel diens plaatsvervanger die worden benoemd door het Bestuur van de Stichting VU-VUmc op voordracht van de commissie van beroep. 
  3. Alle benoemingen geschieden voor de duur van 5 jaar. Een benoeming eindigt in ieder geval met ingang van de maand volgend op de maand waarin de leeftijd van zeventig jaar wordt bereikt. Tot leden van de commissie zijn niet benoembaar leden van het Bestuur en de Raad van Toezicht van de Stichting VU-VUmc, de VU Vereniging, de Raad van Toezicht van de Protestantse Theologische Universiteit of de Universiteit voor Humanistiek, alsmede personen in dienst van de Stichting VU-VUmc of een van haar uitgaande instelling, de Protestantse Theologische Universiteit of de Universiteit voor Humanistiek.
  4. De leden en de secretaris van de commissie zijn verplicht tot geheimhouding van zaken die zij in hun hoedanigheid te weten zijn gekomen.

artikel 14    Kosten

  1. De kosten van het geding komen ten laste van de werkgever.
  2. Indien daartoe bijzondere redenen bestaan kan de commissie de werkgever de verplichting opleggen bij te dragen in de door de werknemer gemaakte kosten voor zover deze direct verband houden met het beroep.
* Het betreft hier informatie voor Radboudumc en/of VUmc
NFU Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra / Oudlaan 4, 3515 GA / Postbus 9696, 3506 GR Utrecht / T 030 273 98 80 / nfu@nfu.nl