Toekomstbestendige beroepen verpleging en verzorging

Er is in de nabije toekomst behoefte aan een andere mix van kennis, vaardigheden en gedrag van verpleegkundigen. De zorgvraag is mede door de veroudering complexer geworden en er komen meer chronische, psychische en psychosociale problemen bij. Dat vraagt een andere organisatie van zorgprocessen. Het belang van ketenzorg, zowel intersectoraal als interdisciplinair, staat daarbij centraal.

Bovendien verandert binnen de verpleging ook de visie op zorg: de ziekte of aandoening staat niet langer meer centraal, maar het functioneren van de patiënt. De zorg is veel meer gericht op het opheffen van belemmeringen in het functioneren en het bevorderen van de eigen regie en veerkracht. Dit in samenspraak met de patiënt. Deze zogenoemde ‘shared decision-making’ met de patiënt wordt het uitgangspunt bij besluitvorming over behandelingen.

Verder nemen de medische mogelijkheden door de technische ontwikkelingen toe. Het bewaken en ondersteunen van patiënten op afstand is daar bijvoorbeeld een uitvloeisel van. Door al deze veranderingen worden er aan het profiel van de verpleegkundigen van vandaag en morgen andere eisen gesteld.

Tot op heden kent de Wet BIG één profiel voor verpleegkundigen, terwijl ze worden opgeleid op mbo- én hbo-niveau. Ook zorgorganisaties maken vaak nog geen onderscheid tussen deze twee niveaus. In de nabije toekomst is echter een heldere verdeling in mbo- en hbo-taken nodig. Ieder beroepsniveau krijgt een eigen opleiding, beroepstitel en op de werkvloer een eigen deskundigheidsgebied met bevoegdheden en bekwaamheden. Medio 2018-2019 zal het onderscheid tussen mbo en hbo in de verpleegkunde worden ingevoerd via de Wet BIG.

Twee beroepsprofielen – Terpstra I
In januari 2016 presenteerde stuurgroepvoorzitter Doekle Terpstra het rapport ‘Toekomstbestendige beroepen binnen de verpleging en verzorging'. Hierin zijn de beroepsprofielen van de hbo-verpleegkundige, de mbo-verpleegkundige en de verzorgende IG opgenomen. Ook bevat het rapport – ook wel Terpstra I genoemd - een overgangsregeling voor de zittende verpleegkundigen.

Het beroepsprofiel van de hbo-verpleegkundige is verzwaard om tegemoet te komen aan de steeds complexer wordende zorg. De hbo-verpleegkundige moet scherp kunnen analyseren en haar kennis en kunde aan het bed inzetten. Dit is belangrijk om te kunnen werken in zorgsituaties die onvoorspelbaar en complex zijn. Ook is de hbo-verpleegkundige bij uitstek de regisseur van het hele zorgproces.

De mbo-verpleegkundige is verantwoordelijk voor het dagelijkse en directe contact met de patiënt. Die behoudt de huidige bevoegdheden, waaronder het zelfstandig uitvoeren van bepaalde handelingen, en werkt vooral in situaties met een planbare en voorspelbare zorgvraag. Zo hebben de hbo- en mbo-verpleegkundigen aanvullende rollen, met ieder een eigen focus.

Regiegroep vervolg beroepsprofielen – Terpstra II
Op 30 januari 2017 vond de eerste bijeenkomst plaats van de regiegroep ‘vervolg beroepsprofielen’, opnieuw onder leiding van Doekle Terpstra. Doel van de regiegroep is zeker te stellen dat de drie beroepen - de verzorgende IG, de mbo-opgeleide verpleegkundige en de hbo-opgeleide verpleegkundige - werkelijkheid worden en aansluiten op de ontwikkelingen en zorgvraag in de praktijk. De regiegroep - ook wel Terpstra II genoemd - zorgt voor de inhoudelijke samenhang tussen de diverse vervolgstappen en de voortgang bij het in de praktijk brengen van de nieuwe beroepsprofielen.

De regiegroep Terpstra II bestaat uit:

  • Doekle Terpstra, onafhankelijk voorzitter
  • Jacques Landman en Johan van der Spek van Brancheorganisaties Zorg
  • Monique Kempff van NU’91 en Elise Merlijn van FNV
  • Hans Aerts van het Landelijk Overleg Opleiding Verpleegkundige (LOOV) en Michaël de Kort van de Mbo-raad
  • Sonja Kersten van de Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN)
  • Marieke Schuurmans, hoogleraar Verplegingswetenschappen Umc Utrecht en Chief Nursing Officer ofwel adviseur over de verpleegkunde van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

In de regiegroep komen zes thema’s aan de orde:

  1. De wettelijke regeling van de nieuwe beroepen en de overgangsregeling voor de zittende verpleegkundigen, die op dit moment uitgewerkt wordt door het ministerie van VWS
  2. Een arbeidsmarktonderzoek
  3. Functieprofielen en HR-beleid naar aanleiding van nieuwe beroepsprofielen
  4. De vertaling van de beroepsprofielen naar opleidingsprofielen (mbo en hbo)
  5. Het uitwerken van de zelfstandige bevoegdheid van de hbo-opgeleide verpleegkundige
  6. Het uitwerken van de voorbehouden handelingen door de verzorgenden IG

Opleidingsprofielen
De zeventien hogescholen van het Landelijk Overleg Opleiding Verpleegkundige (LOOV) hebben samen de Bachelor Nursing 2020 ontwikkeld. Sinds september 2016 leiden alle hogescholen de verpleegkundigen volgens dit profiel op. Ook het mbo-onderwijs heeft een nieuw kwalificatiedossier voor verpleegkundigen opgezet. De afstemming tussen opleiding en praktijk (bekwaam in de context) en de afstemming tussen opleidingen onderling (doorlopende leerlijnen) vallen onder de thema’s van de regiegroep.

Landelijk NFU-project
De umc’s zullen de nieuwe beroepsprofielen vertalen in gedifferentieerde functies. Ook zullen ze het HR-beleid - werving en selectie, opleiding en ontwikkeling, functioneren en beoordeling – aanpassen aan de differentiatie van mbo- en hbo-verpleegkundigen.

Het NFU-bestuur heeft daarom een stuurgroep gevraagd een plan van aanpak op te stellen. De stuurgroep gaat het beleid harmoniseren en de implementatie van de beroepsprofielen voor de umc-verpleegkundigen ondersteunen en faciliteren. Dit zal gebeuren aan de hand van de volgende kernpunten:

  1. Agenderen: bewustwording, kansen, risico’s. Wat schiet de patiënt hier uiteindelijk mee op?
  2. Informeren: welke ontwikkelingen zijn er landelijk en regionaal? Wie is waar mee bezig?
  3. Faciliteren: welke instrumenten zijn te gebruiken? Bijv. assessment, zorgzwaarte bepalen. Welke kennis is elders al ontwikkeld?
  4. Uniformeren: welke landelijke kaders en afspraken zijn er nodig zodat er onder meer uitwisselbaarheid is. (Bijvoorbeeld FUWAVAZ, eenheid van taal profielen, overgangsregeling).

De stuurgroep bestaat momenteel uit:

  • Voorzitter prof. dr. Margriet Schneider, NFU-bestuur, Bestuurscommissie O&P, portefeuillehouder College Opleidingen en Zorg, voorzitter
  • Prof. dr. Chris Polman, Bestuurscommissie O&P, Raad van Toezicht College Zorg Opleidingen
  • Prof. dr. Petrie Roodbol, voorzitter College Opleidingen en Zorg
  • Gerda Berkhout, College Opleidingen en Zorg
  • Angelien Sieben, voorzitter Verpleegkundige Adviesraad (VAR)
  • Hans Ferdinandus, HR-adviseur Erasmus MC
  • Regina Bouius, directeur P&O UMCG
  • Mr. Dirk Kramer, NFU-bureau, Arbeidsvoorwaarden
  • Drs. Joyce Deggens, senior beleidsmedewerkster NFU, Opleidingen en Patiëntenzorg

De stuurgroep rapporteert direct aan het NFU-bestuur. De bestuurscommissie O&P, Directeuren Personeel en Organisatie en College Opleidingen en Zorg adviseren in dit proces. Het Radboudumc heeft voor het managen van het implementatietraject projectondersteuning aangeboden in de persoon van drs. Alette Samuels.

Daarnaast is er een Werkgroep ‘Implementatie Functieprofielen Verpleegkundigen’ ingesteld met contactpersonen en projectleiders uit alle 8 umc’s, die eenmaal per zes weken bij elkaar komt in Utrecht.

Tevens is er een klankbordgroep bestaande uit prof. dr. Petrie Roodbol, prof. dr. Marieke Schuurmans, Angelien Sieben (voorzitter VAR) en prof. dr. Hester Vermeulen en een subwerkgroep ‘Functieprofielen’ welke momenteel bestaat uit: drs. Robert van Barneveld, Hans Ferdinandus, drs. Piet van Herk, drs. Hilda Mekelenkamp, prof. dr. Petrie Roodbol, drs. Jan van der Steen.

Verpleegkundigen in de umc’s
Voor de vervolgaanpak van toekomstbestendige beroepen in de verpleging en verzorging heeft een NFU-werkgroep een conceptwerkprofiel mbo-verpleegkundige en een concept-werkprofiel hbo- ofwel regieverpleegkundige opgesteld.

Hierbij is naar het rapport Terpstra I gekeken en ook naar de opbrengst van de eerste Invitational Conference op 27 oktober 2016. Daarbij stond centraal wat patiënten en de zorg voor hen in een umc kenmerkt en wat dit voor verpleegkundigen betekent.

De conceptwerkprofielen werden in de acht umc’s besproken als opmaat naar de tweede Invitational Conference op 22 mei jl. Deze conferentie is gericht op validering van de conceptwerkprofielen en het creëren van draagvlak bij de beroepsgroep.

De volgende stap is om de werkprofielen toe te passen in proeftuinen. Daarbij wordt onderzocht hoe een afdeling tot een werkbare en goede mix kan komen van twee soorten verpleegkundigen. Voorafgaand aan de start van de proeftuinen wordt een kader ontwikkeld met kernvragen, relevante aspecten en afstemming over verdeling per umc. Op basis van de bevindingen in de proeftuinen, wordt bezien of de conceptwerkprofielen aanpassing behoeven. Het sluitstuk van het project bestaat uit de formulering van nieuwe normfuncties en de waardering ervan. Hierover zal ook overleg plaatsvinden tussen de NFU en de werknemersorganisaties.

Om inzicht te krijgen in de kenmerken van het huidige personeelsbestand is een ‘foto’ gemaakt van de verpleegkundigen in de umc’s. Hierbij keek men onder andere naar de initiële opleiding, de vervolgopleiding en de leeftijd. De uitkomsten zijn gepresenteerd op de ‘Invitational Conference’ in mei. Als de overgangsregeling bekend is zal er een tweede ‘foto’ gemaakt worden, gericht op de noodzakelijke competenties van verpleegkundigen. Daarmee kan worden vastgesteld welke assessmentinstrumenten hiervoor inzetbaar zijn, daarbij rechtdoend aan vooropleiding, vervolgopleidingen én werkervaringen. Dit is onder meer nodig voor de toekomstige BIG-registratie die onderscheid aanbrengt tussen mbo- en hbo-opgeleide verpleegkundigen.

Landelijk onderzoek in ziekenhuizen en umc’s
Het wettelijk onderscheid tussen mbo-en hbo-verpleegkundige wordt een enorme transitie. Het gaat om een landelijke reorganisatie van de beroepsgroep. Circa 170.000 verpleegkundigen van alle branches zullen hierbij betrokken zijn. Zo’n 80.000 verpleegkundigen zijn werkzaam in de gewone ziekenhuizen, 18.000 in de umc’s. Bij de registratie van 2024 zal elke verpleegkundige zich in één van de profielen moeten inschrijven.
Om partijen in het veld te helpen met deze transitie willen organisaties als de NFU en de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) landelijk onderzoek verrichten naar de effecten van de functiedifferentiatie voor patiënten, verpleegkundigen en organisaties. 


Afdrukken
NFU Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra / Oudlaan 4, 3515 GA / Postbus 9696, 3506 GR Utrecht / T 030 273 98 80 / nfu@nfu.nl / Disclaimer © 2017