Missie & visie
De NFU (Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra) is een samenwerkingsverband van de acht Universitair Medische Centra (UMC's) in Nederland. De NFU heeft als algemene doelstelling het behartigen van de gezamenlijke belangen van de UMC's.
De NFU is daarnaast een werkgeversorganisatie die overleg voert met overheid en andere werknemersorganisaties over de arbeidsvoorwaarden van de UMC's.
De NFU heeft als vertegenwoordiger van de Universitair Medische Centra zitting in diverse overlegorganen bij overheid en belangenorganisaties op landelijk niveau.
Aangesloten bij de NFU zijn het Academisch Medisch Centrum (AMC) en het VU Medisch Centrum, beide te Amsterdam, het Erasmus MC te Rotterdam, het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), het Universitair Medisch Centrum Utrecht, het UMC St Radboud te Nijmegen en het Academisch Ziekenhuis Maastricht.
In februari 2007 bracht het Ministerie van OCW en VWS de nota 'Publieke functies van de UMC's in een marktomgeving' uit. Deze nota geeft de bijzondere publieke taken van de UMC's op het gebied van topreferente patientenzorg, onderwijs en onderzoek weer, en de noodzaak om deze functies buiten de marktwerking te houden.
In de positioneringsnota 'Van vele markten thuis' (2004) beschrijft de NFU de rol van de UMC's voor de toekomst van de geneeskunde en gezondheidszorg in Nederland.
In 'Bekostiging volgt functie' (Medisch Contact, september 2005) schetst Prof. dr. Geert Blijham, de toenmalige voorzitter van de NFU, een beeld van de wijze waarop de curatieve gezondheidszorg in Nederland in de toekomst zou kunnen worden georganiseerd.
In zijn analyse gebruikt hij de dimensies 'complexiteit' en 'planbaarheid' om een matrix met vier vormen van zorg te construeren: topreferente zorg, basisspecialistische generieke zorg, planbare (electieve) hoogcomplexe zorg en electieve laag-complexe zorg. Vervolgens schetst hij daarbij de meest passende zorgaanbieders, inclusief hun belangrijkste relaties.
Het streek- of stadziekenhuis zorgt voor de opvang van de onverwachte en niet al te complexe zorgvragen. Het kent uitstekende generalisten, vormt een keten met de eerste lijn en levert kwalitatief hoogstaande acute en semi-acute basiszorg. Voor de financiering van deze zorg kan een abonnementssysteem zoals bij de huisarts dienen: iedere patiënt is 'ingeschreven' bij een ziekenhuis en de verzekeraar betaalt daarvoor een vast bedrag. Dit kan worden aangevuld met een prestatiegerichte bekostiging. De focuskliniek (de Nederlandse vertaling van 'focussed factory') richt zich op specifieke patiëntengroepen. Er wordt maximaal gebruikgemaakt van de homogeniteit van zo'n groep en de planbaarheid van de zorg. De electieve, laagcomplexe zorg voor een aantal welomschreven diagnose-behandeling-combinaties (DBC's) is te bekostigen met een systeem van vrije prijzen.
Het Universitair Medisch Centrum (UMC) is de plaats waar de research en development voor de zorg plaatsvindt. Ook de opleiding van artsen en verpleegkundigen vindt hier plaats of wordt van hieruit gecoördineerd. Voor beide functies zijn uiteraard de relaties met universiteit, hogeschool, andere opleidingsinstituten en andere zorgaanbieders van groot belang. In de UMC's is ook de tertiaire of topreferente zorg geconcentreerd. Het gaat daarbij om patiënten met ziektebeelden die een onvoorspelbaar beloop hebben, zeldzaam zijn, een groot beroep doen op schaarse expertise of complexe infrastructuur, of leiden tot complexe behandelingen. Concentratie van dit type zorg is een economische en kwalitatieve noodzaak. Deze publieke functies vragen om aparte bekostiging, samengevat als academische component die afhankelijk kan worden gemaakt van geleverde prestaties.
Ten slotte de hoogcomplexe maar toch planbare zorgvraag (bijvoorbeeld de electieve vormen van coronairchirurgie en radiotherapie). Het gaat om een beperkt aantal zorgvormen, die bijna altijd worden aangeboden in de UMC's maar die de capaciteit daarvan te boven gaan. Het ligt voor de hand om enkele algemene ziekenhuizen deze topklinische functies mede te laten vervullen, bij voorkeur in een alliantie met een UMC en rekening houdend met geografische spreiding. Voor de financiering van de planbare, hoogcomplexe zorg lijkt een systeem van vergunningen zeer geschikt. Wie een vergunning aanvraagt, moet aantonen te beschikken over zowel expertise en infrastructuur als over volume.


