Sturen op kwaliteit: niet vanzelfsprekend

Sturen op kwaliteit: niet vanzelfsprekend
Iedereen in de zorg wil het beste voor een patiënt: zo snel mogelijk genezing met zo min mogelijk complicaties of bijwerkingen van een therapie. ‘Toch is het voor een bestuurder van een ziekenhuis zeker niet eenvoudig om op dat soort kwaliteitseisen te sturen’, zegt drs. Roos Trooster, de nieuwe programmamanager van het Citrienfondsprogramma ‘Sturen op Kwaliteit’. ‘Aan het eind van de huidige programmaperiode willen we op zijn minst zicht hebben op de informatie die volgens bestuurders, patiënten en professionals het meest relevant is voor de Raad van Bestuur, en die ook daadwerkelijk kan leiden tot betere zorg.
Persbericht, 
20 december 2016

Geen open deur
‘Sturen op kwaliteit lijkt misschien een open deur’, erkent Trooster. ‘De realiteit is dat er op dit moment wel duizend verschillende kwaliteitsindicatoren worden verzameld, waar van alles mee gebeurt, maar niet per se in de Raad van Bestuur van een ziekenhuis. Het zijn nu vooral verzekeraars, de inspectie, of andere externe partijen die om waslijsten met zorgindicatoren vragen. Daarnaast zijn er steeds meer kwaliteitsregistraties voor bepaalde aandoeningen. Deze zijn opgezet door de zorgprofessionals en bedoeld voor het verbeteren van de door hen geleverde zorg. Waar Raden van Bestuur nu op kwaliteit sturen naast bijvoorbeeld op kosten, dan doen ze dat op dit moment allemaal op hun eigen manier.’

Minimale set van informatie
In een poging om het wiel één keer goed uit te vinden, wil het programma Sturen op kwaliteit de meest relevante kwaliteitsinformatie destilleren waar een Raad van Bestuur mee kan werken. Trooster: ‘Dan kun je denken aan gegevens over patiëntveiligheid, sterfte, pijn of infecties, maar ook of de behandelingen effect hebben gehad en hoe de patiënten dit ervaren. Stuk voor stuk zaken waar zorgverleners op de werkvloer in principe invloed op kunnen uitoefenen en die dus goed gemonitord moeten worden.’

Zorgdashboard
Uiteindelijk moet dit leiden tot een zogenaamd ‘dashboard’, waar bestuurders verschillende relevante meters op kunnen aflezen. Trooster: ‘Dat hoeft niet per se hetzelfde dashboard te zijn in alle ziekenhuizen. We willen wel dat er een gezamenlijke visie achter zit van de acht umc’s, die we in nauwe afstemming met de bestuurders, de medisch specialisten en kwaliteitsexperts afspreken.’

‘Met een dashboard alleen ben je er overigens niet’, zo nuanceert Trooster. ‘Want hoe ga je vervolgens effectief met de geboden informatie om? Ook dat zullen we door verschillende ontwikkelprojecten in de umc’s en na een grondige studie van de goede voorbeelden in en buiten Nederland moeten bepalen.’

Koplopers
Van de verschillende deelprojecten binnen het programma, zijn de afdelingen Intensive Care van het Radboudumc en het Leids Universitair Medisch Centrum al relatief ver gevorderd, vertelt Trooster. ‘Op de IC wordt hoe dan ook al veel informatie verzameld.

In samenspraak met artsen, verpleegkundigen, maar zeker ook patiënten en hun families wordt die informatie nu verwerkt in een praktisch, werkbaar model waarmee de bestuurders het gesprek aan kunnen gaan met de professionals.’

Nadere informatie

NFU


Afdrukken
 
NFU Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra / Oudlaan 4, 3515 GA / Postbus 9696, 3506 GR Utrecht / T 030 273 98 80 / nfu@nfu.nl / Disclaimer © 2017