De inzet van de werkgevers

De inzet van de werkgevers
Opinie umc, 
30 januari 2013
Interview met prof. dr. Jan Kimpen, hoofdonderhandelaar cao-umc namens de NFU.

Op 7 februari 2013 starten de onderhandelingen voor een nieuwe cao voor de umc’s. Wat is de inzet van de werkgevers?

‘Als werkgevers zetten we in op het doorontwikkelen van het arbeidsvoorwaardenbeleid zoals we dat nu kennen. Het arbeidsvoorwaardenpakket van de umc’s is een vooruitstrevend pakket. Het bestaat uit een goed salaris en uit aandacht voor ontwikkeling van medewerkers, zowel op professioneel als op persoonlijk vlak. Veel geld en energie steken we in het aanbieden van vakinhoudelijke opleidingen en in het stimuleren van persoonlijk leiderschap van medewerkers en het bevorderen van de dialoog. We vinden dat belangrijk omdat we streven naar een volwaardige arbeidsrelatie. Dat betekent dat medewerkers en leidinggevenden een zo gelijkwaardig mogelijke verhouding hebben, waarin zij samen afspraken maken.’ Kimpen legt uit dat de umc’s stappen willen maken naar een arbeidsvoorwaardenbeleid dat faciliteert en voorwaarden schept: ‘We hebben een pakket voor ogen dat net als nu sterk is, maar waarin we op termijn meer maatwerk leveren en onderscheid durven maken op basis van prestaties. Goed en uitzonderlijk goed presteren mag en moet worden beloond. De umc’s hebben goede en topmedewerkers nodig om hun belangrijke rol in de Nederlandse samenleving te blijven vervullen. Als werkgevers willen we laten zien dat we oog hebben voor prestaties.’

U hebt het over een sterk arbeidsvoorwaardenbeleid, daarbij hoort natuurlijk ook een goed salaris. Wat gaat de nieuwe CAO umc voor het salaris van de gemiddelde umc’er betekenen?

‘Op die vraag kan ik nog geen concreet antwoord geven. Wel kan ik aangeven dat de ruimte voor salarisverhoging beperkt is. Daarvoor is een aantal redenen. Zo staan de kranten niet voor niets bol van berichten over het slechte economisch klimaat dat er in Nederland heerst en over de bezuinigingen die de regering steeds weer aankondigt voor de zorg. Alle umc’s hebben daardoor de afgelopen jaren al flink wat bezuinigingsmaatregelen moeten doorvoeren. Daarnaast is het zo dat de beperkte ruimte die er was, al deels is opgegaan aan de verhoging van de pensioenpremie. Om de huidige pensioenregeling voorlopig overeind te kunnen houden, hebben we diep in de buidel moeten tasten.’ Kimpen zegt het belangrijk te vinden om eerlijke verwachtingen te scheppen: ‘Wij willen graag een verantwoorde loonsverhoging afspreken. Een verhoging die past bij het feit dat we een aantrekkelijke werkgever willen blijven, maar die ook past bij de economische realiteit. Een onverantwoorde loonsverhoging zou op termijn banen kunnen kosten, en dat willen we zoveel als mogelijk zien te voorkomen.’ Kimpen voegt toe dat niet alleen de werkgevers vinden dat ze een goed pakket bieden, maar ook dat medewerkersonderzoeken steeds weer uitwijzen dat umc-medewerkers tevreden en betrokken medewerkers zijn die over het algemeen tevreden zijn over hun beloning en arbeidsvoorwaardenpakket.’

Wat hebt u als werkgevers nog meer te bieden in deze onderhandelingen?

‘Het voert te ver om hier de volledige inzet te bespreken. Er is een aantal dingen die wij heel belangrijk vinden en dus zullen inbrengen, zoals onze wens om het te besteden bedrag van het persoonlijk budget voor lager betaalden te verhogen, zodat ook zij goede keuzes kunnen maken uit het ontwikkelaanbod. Een ander belangrijk punt is onze zorg voor de belastbaarheid van medewerkers bij het werken in onregelmatige diensten. We streven ernaar het werken van onregelmatigheidsdiensten eerlijk over de verschillende generaties te verdelen op zo’n manier dat er begrip is voor bijzondere situaties en de belastbaarheid van alle medewerkers.’ Overtuigd legt hij uit hoe hij zo’n eerlijke verdeling ziet ontstaan: ‘Ook hier draait het weer om dialoog en samenspraak. Medewerkers moeten zelf zoveel mogelijk inspraak krijgen in het samenstellen van de roosters, natuurlijk in goed overleg met hun directe collega’s. Nu wordt daar weinig een beroep op gedaan, vaak is het nog de leidinggevende die roostert. Ervaring leert dat teams door zogenoemd ‘zelfroosteren’ er meestal goed zelf uitkomen.’ Ook hier komt volgens Kimpen het zo gewenste ‘onderscheid durven maken’ weer terug, omdat nu ook oudere medewerkers kunnen kiezen wel onregelmatige diensten te draaien, en daarvoor dus beloond te worden met een toelage.’

Wat verwacht u van de onderhandelingen?

‘Onderhandelen is proberen een overeenkomst te bereiken tussen partijen die vaak verschillende belangen hebben. Het is de opdracht aan iedereen om uiteindelijk een gezamenlijk resultaat te willen boeken. Ik houd er niet van om te spreken van verschillende belangen. Zowel de voorzitters van de umc’s als de medewerkers zetten zich uiteindelijk in voor hetzelfde doel, namelijk het continueren van de zorg en veiligheid van patiënten met vaak ernstige, zeldzame en moeilijk behandelbare ziektes, door op welke wijze dan ook een bijdrage te leven aan patiëntenzorg, onderzoek, onderwijs of opleiding. Het is onze taak ervoor te zorgen dat de umc’s deze belangrijke taak kunnen blijven vervullen, ondermeer door het onze medewerkers mogelijk te maken naar hun beste vermogen te werken. Vanzelfsprekend zullen we een aantal zaken flink met elkaar moeten bespreken, maar ik heb er vertrouwen in dat ook hier een goede dialoog zal werken en dat we voor 1 april a.s. een nieuwe cao hebben die ervoor zorgt dat de umc’s met hun ongeveer 67.000 medewerkers klaar zijn voor de toekomst.’

NFU
Afdrukken
 
NFU Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra / Oudlaan 4, 3515 GA / Postbus 9696, 3506 GR Utrecht / T 030 273 98 80 / nfu@nfu.nl